Metriaclima hajomaylandi
Metriaclima hajomaylandi werd voor het eerst beschreven door Meyer & Schartl in 1984. De geslachtsnaam Metriaclima is afgeleid van het Grieks: “metri” betekent “gematigd” en “clima” betekent “schuin”. De naam verwijst naar de gematigde hoek van de kop van deze cichliden. De soortnaam hajomaylandi is een eerbetoon aan de Duitse ichtyoloog Hans Joachim Mayland.
Synoniemen: Pseudotropheus greberi, Pseudotropheus hajomaylandi, Maylandia hajomaylandi.
Uiterlijk, Gedrag en Levensverwachting
Metriaclima hajomaylandi is een mbuna-cichlide, wat betekent dat het een kleine, in rotsen levende vis is uit het Malawimeer. Het lichaam is langwerpig en gestroomlijnd, geschikt voor navigatie tussen rotsen.
De kleur van de flank varieert sterk, afhankelijk van het geslacht en de stemming van de vis. Mannetjes vertonen vaak een staalblauwe basiskleur met 9 tot 10 verticale donkere strepen. De kop is geel tot oranje, een kleur die zich uitstrekt over de buik tot aan de buikvinnen en ook in de staartvin terug te vinden is. Vrouwtjes zijn minder fel gekleurd, met een geelachtige tot beige basiskleur en minder uitgesproken strepen. Jonge vissen lijken op de vrouwtjes in kleur. De vinnen zijn over het algemeen in dezelfde kleuren als het lichaam, met soms oranje of gele accenten.
De maximale grootte van deze vissoort is ongeveer 10,5 centimeter voor mannetjes en 8,5 centimeter voor vrouwtjes in het wild. In aquaria kunnen mannetjes echter tot wel 16 centimeter groeien. Dit wordt veroorzaakt doordat we in het aquarium teveel en te krachtig voer geven.
Verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes: De belangrijkste verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes zitten in de kleur en grootte. Mannetjes zijn aanzienlijk groter en feller gekleurd dan vrouwtjes. Gedragsverschillen zijn er ook: mannetjes zijn territoriaal en agressief, vooral tijdens het paaien, en zullen vrouwtjes achtervolgen .
Verschillen tussen juvenielen en volwassen exemplaren: Jonge vissen lijken qua kleur op de vrouwtjes, maar zijn kleiner. Naarmate ze ouder worden, ontwikkelen mannetjes hun felle kleuren en grotere formaat.
Gedrag en temperament: Metriaclima hajomaylandi is een zeer agressieve vis, vooral mannetjes, die territoriaal zijn en andere mannetjes wegjagen. Ze leven niet in scholen, maar eerder solitair of in kleine groepen, met meerdere vrouwtjes per mannetje om agressie te verminderen. Het zijn bodembewoners die hun territorium in de zandbodem graven, wat kan leiden tot het omwoelen van planten en decoraties in een aquarium.
Levensverwachting: De levensverwachting in het wild is niet bekend. In een aquarium kunnen ze gemiddeld 4 tot 10 jaar leven afhankelijk van de juiste omstandigheden.

Biotoop en Ecologie
Metriaclima hajomaylandi is endemisch aan het Malawimeer, en komt dus van nature alleen voor in Malawi. Specifiek bewoont hij de rotskusten van het meer, met name rond het eiland Chizumulu. Het is een mbuna-cichlide, wat betekent dat hij in rotsachtige gebieden leeft, vaak in de overgangszones tussen rots en zand.
Habitatbeschrijving: Het natuurlijke habitat bestaat uit rotsachtige gebieden met veel spleten en holen waar de vissen zich kunnen verschuilen. De bodem bestaat uit zand en rots. De hoeveelheid onderwaterbegroeiing is beperkt, er zijn wel algen en andere opgroei op de rotsen aanwezig, aangezien de vissen zich hiermee voeden.
Klimaat: Het Malawimeer heeft een tropisch klimaat, met weinig variatie in temperatuur gedurende het jaar. De Malawimeer is zo diep en groot dat er gedurende het jaar weinig schommelingen zijn in waterwaardes.
Dieet
Dieet in het wild: Metriaclima hajomaylandi is een herbivoor die zich voornamelijk voedt met algen en andere plantaardige materie die op de rotsen groeit (aufwuchs). Ze schrapen diatomeeën en losse algenstrengen van het substraat. In sommige bronnen wordt ook plankton genoemd als onderdeel van hun dieet.

Dieet in het aquarium: In het aquarium kan Metriaclima hajomaylandi gevoerd worden met hoogwaardig visvoer in de vorm van korrels of vlokken, aangevuld met plantaardig materiaal zoals spirulina. Het is belangrijk om te voorkomen dat ze te veel eten, om watervervuiling te minimaliseren. Kleine porties meerdere keren per dag zijn beter dan één grote maaltijd. Het vermijden van voedsel dat tot bloat kan leiden is ook belangrijk. De specifieke samenstelling van het voer moet afgestemd zijn op de behoeften van herbivore cichliden. Verschillende merken bieden specifieke voeding voor mbuna-cichliden aan.
Het Aquarium
Voor een harem Metriaclima hajomaylandi is een aquarium van minimaal 150 centimeter kantlengte en 300 liter inhoud aanbevolen. Voor meerdere harems is een aanzienlijk groter aquarium nodig, bijvoorbeeld 200 centimeter kantlengte en 60 centimeter diepte, waarbij de bodem oppervlakte belangrijker is dan de hoogte.
Inrichting: Het aquarium moet een rotsachtige inrichting hebben, die de natuurlijke habitat nabootst. Gebruik veel rotsen om schuilplaatsen en territoria te creëren voor de mannetjes. Een donkere zandbodem is geschikt als substraat. Planten zijn niet essentieel en worden vaak vernield door de gravende activiteit van de vissen.
Waterwaarden: De ideale waterwaarden zijn een pH van 7,5-8,5, een hardheid van 5-20°dH (optimale 5-12°dH) en een temperatuur van 23 tot 26°C. Een stabiele waterkwaliteit is essentieel voor de gezondheid en levensduur van de vissen .
Compatibele medebewoners: Metriaclima hajomaylandi is een agressieve soort, vooral de mannetjes. Ze kunnen worden gehouden met andere robuuste, eveneens agressieve Malawicichliden van vergelijkbare grootte, zoals andere mbuna-cichliden. Het is belangrijk om voldoende ruimte en schuilplaatsen te bieden om agressie te minimaliseren. Vermijd het houden van kleinere of minder agressieve vissen, omdat deze zullen worden gepest of gedood. Synodontis meervallen kunnen geschikt zijn als bodembewoners, maar andere soorten moeten zorgvuldig worden geselecteerd op basis van hun temperament en grootte.

Kweek Aquarium en conditioneren
Voor de kweek van Metriaclima hajomaylandi is geen speciaal kweek aquarium nodig. Je kunt deze soort gewoon kweken in een gemengd aquarium. Zolang er voldoende ruimte tussen de rotsen is om dekking te bieden aan de vrouwtjes en wat zand om de eieren op af te zetten, en de vissen gaan wel aan het werk.
Je houdt deze soort het beste in een harm. Eén man met twee of drie vrouwen. De mannen zijn territoriaal en vechten met elkaar totdat er slechts één overblijft. Het is mogelijk om meer mannen te houden, je hebt dan wel een heel ruim aquarium nodig waarin ieder man zijn eigen territorium kan vormen.
In een gemengd aquarium worden de pas losgelaten jongen veelal opgegeten door de andere volwassen vissen. Als je meer jonge visje wil op laten groeien, dan is een kweek aquarium aan te raden. Richt hiervoor een klein aquarium in met een laagje zand, een schuilplek voor de vrouw met haar bekje vol. Een klein filter en verwarming is voldoende. Zorg dat het aquarium gevuld is met water met ongeveer gelijke waterwaardes en laat het goed rijpen. Je hebt het kweek aquarium in een later stadium nodig.
Het Afzetten
Zodra een man doorkrijgt dat een vrouw gereed is om te paren, zoekt hij een plek in het zand om te paaien. Hij zwemt daarna richting de vrouw. Zet zijn mooiste kleuren op. Zwemt voor haar langs. Met trillende bewegingen toont hij zich met wijd uitgespreide vinnen aan de vrouw. Dit blijft hij doen totdat de vrouw meegaat naar de door de man gekozen plek in het zand.
Al om elkaar heen draaiend zet de vrouw eieren af in het zand. Ze draaien door waarbij de man wat milt loslaat en de eieren bevrucht. De vrouw pakt de eieren op en neemt ze in haar muil. Dit herhaalt zich totdat alle eieren zijn gelegd en zich in de muil van de vrouw bevinden. Een nest is niet heel groot en bevat meestal zo’n 15 tot 30 eieren. De taak van de man zit er nu op. De vrouw verstopt zich gedurende het broeden meestal tussen de rotsen. Gedurende deze periode eet ze weinig tot niets.
Opgroeien van de jonge vissen
De eieren komen een paar dagen na het afzetten uit in de muil van de vrouw. Ze laat de jonge visjes dan nog niet los. Pas 18 tot 21 dagen na het afzetten worden de jongen losgelaten. In een gemend aquarium worden de jonge Metriaclima hajomaylandi vaak opgegeten door volwassen vissen.
Om dit te voorkomen, vang je de vrouw op dag 15 of 16 uit het gemengde aquarium. Plaats haar in het kweekaquarium. Rond dag 18 tot 21 laat ze de jongen in het kweekaquarium los. Je hebt tijd genoeg om de vrouw terug te plaatsen in het hoofd aquarium. Ze eet de eerste uren haar jongen niet.
De jonge visjes kunnen worden gevoerd met fijngewreven vlokvoer. Als je een goed gerijpt kweek aquarium gebruikt, zullen ze ook grazen op algen of het filtermateriaal van een sponsfilter.
Conclusie
Metriaclima hajomaylandi is een aantrekkelijke maar veeleisende vissoort voor gevorderde aquariumhouders. Hun agressieve gedrag, specifieke waterparameterbehoeften en de noodzaak voor een ruime, rotsachtige inrichting maken ze niet geschikt voor beginners. Een goed begrip van mbuna-cichlide gedrag en ervaring met het onderhouden van een stabiel aquatisch ecosysteem zijn essentieel voor succesvolle huisvesting.
De aanzienlijke kleurvariatie tussen mannetjes en vrouwtjes, en de veranderingen in kleur tijdens het paaien, zijn opvallende kenmerken. Hun gravende gedrag kan leiden tot het omwoelen van de aquarium inrichting. Hoewel de kweek in een aquarium mogelijk is, vereist het een zorgvuldige aanpak en een goed begrip van hun voortplantingsgedrag. Over het algemeen is het houden van deze soort een uitdaging, maar de beloning van het observeren van hun levendige kleuren en gedrag maakt het de moeite waard voor ervaren liefhebbers.
Video
Hoe groot wordt een Metriaclima hajomaylandi?
Mannetjes worden in het wild ongeveer 10,5 cm, maar kunnen in een aquarium tot wel 16 cm groeien. Vrouwtjes blijven kleiner, rond de 8,5 cm in het wild en ongeveer 10 cm in een aquarium.
Hoe moet ik mijn aquarium inrichten voor Metriaclima hajomaylandi?
Het aquarium moet een rotsachtige inrichting hebben met veel spleten en holen als schuilplaatsen. Een donkere zandbodem is geschikt. Planten zijn niet essentieel en worden vaak vernield. De inrichting moet de natuurlijke habitat van de vis nabootsen.
Welke waterwaarden zijn ideaal voor Metriaclima hajomaylandi?
De ideale waterwaarden zijn een pH van 7,5-8,5, een hardheid van 5-20°dH (optimale 5-12°dH) en een temperatuur van 22-26°C. Een stabiele waterkwaliteit is essentieel.
Kan ik Metriaclima hajomaylandi samen met andere vissoorten houden?
Metriaclima hajomaylandi is een agressieve soort, vooral de mannetjes. Ze kunnen worden gehouden met andere robuuste, eveneens agressieve Malawicichliden van vergelijkbare grootte, zoals andere mbuna-cichliden. Vermijd kleinere of minder agressieve vissen. Synodontis meervallen kunnen geschikt zijn.
Zijn Metriaclima hajomaylandi geschikt voor beginners?
Nee, Metriaclima hajomaylandi zijn geen beginnersvissen. Hun agressieve gedrag, specifieke waterparameterbehoeften en de noodzaak voor een ruime, rotsachtige inrichting maken ze veeleisend voor gevorderde aquariumhouders.
Auteur
John de Lange
Copyright foto’s
Pete Barnes
Mark Thomas – Marks Fiskenarie
Ersin Ulas
Bibliografie
Hieronder vindt u een bibliografie van bronnen die in de vorige hoofdstukken zijn gebruikt.
- Konings, A. F., & Stauffer, J. R., Jr. (2006). Revised diagnosis of Metriaclima (Teleostei: Cichlidae) with description of a new species from Lake Malawi National Park, Africa. Ichthyological Explorations of Freshwaters, 17(3), 233–246.
- Ciccotto, P. J., Konings, A., & Stauffer, J. R., Jr. (2011). Descriptions of five new species in the genus Metriaclima (Teleostei: Cichlidae) from Lake Malaŵi, Africa. Zootaxa, 2738, 1–31.
- Stauffer, J. R., Jr., Black, K., & Konings, A. F. (2013). Descriptions of five new species of Metriaclima (Teleostei: Cichlidae) from Lake Malaŵi, Africa. Zootaxa, 3647(1), 1–34.
- Stauffer, J. R., Jr., Bowers, N. J., Kellogg, K. A., & McKaye, K. R. (1997). A revision of the blue-black Pseudotropheus zebra (Teleostei: Cichlidae) complex from Lake Malaŵi, Africa, with a description of a new genus and ten new species. Proceedings of the Academy of Natural Sciences of Philadelphia, 148, 189–230.






