Nannacara aureocephalus – Goudkop Dwergcichlide
Nannacara aureocephalus werd voor het eerst beschreven door R. Allgayer in 1983. De Nederlandse naam is “Goudkop Dwergcichlide”. Ze behoren tot de familie Cichlidae (Cichliden). De geslachtsnaam Nannacara is afgeleid van het Latijnse “nanus” (klein) en het Griekse “Acara” (een nauw verwant geslacht), wat verwijst naar het kleine formaat van de soort Nannacara anomala, die beschreven werd op 55 en 57 mm, en dus een dwerg Acara is. De soortaanduiding aureocephalus komt uit het Latijnse “aureus” (goud) en het Griekse “cephalus” (hoofd), wat verwijst naar de heldergele kleur op de wang, achter het oog, op het preoperculum en operculum van levende exemplaren.
Synoniem: Pelvicachromis aureocephalus.
Beschrijving
Nannacara aureocephalus is een kleine cichlidensoort die bekend staat om zijn relatief robuuste bouw en de intense gouden gloed op de kop van de volwassen mannetjes. Mannetjes kunnen een totale lengte van ongeveer 12 centimeter bereiken, terwijl de vrouwtjes kleiner blijven, met een maximumlengte van ongeveer 6 centimeter. Dit betekent dat de mannetjes groter worden dan wat doorgaans als “Dwergcichliden” wordt beschouwd (soorten tot 10 centimeter), terwijl de vrouwtjes binnen deze definitie vallen.
De volwassen mannetjes van Nannacara aureocephalus zijn gemakkelijk te herkennen aan hun relatief stevige bouw, hun grootte en de intense goudgele kleur op hun kop, wang, achter het oog, preoperculum en operculum . De vrouwtjes van N. aureocephalus verschillen van de vrouwtjes van de nauw verwante soort N. anomala voornamelijk door hun stevigere, minder zijdelings samengedrukte gestalte. Juveniele dieren van beide soorten lijken erg op elkaar en kunnen niet met zekerheid van elkaar worden onderscheiden.
Het temperament van Nannacara aureocephalus is grotendeels vergelijkbaar met dat van Nannacara anomala. Ze worden beschouwd als mooie dieren in het aquarium. De zwemzone van deze vis is voornamelijk de bodem en het middengedeelte van het aquarium. De levensverwachting in het wild is niet specifiek gedocumenteerd, maar in het aquarium wordt deze geschat op 4 tot 5 jaar.

Biotoop
Nannacara aureocephalus komt voor in Zuid-Amerika, specifiek in Frans-Guyana. De soort is aangetroffen in het Approuague rivierbekken en in het stroomgebied van de Marowijne. De leefgebieden van deze vis zijn beschaduwde kleine beken, waterlopen, stilstaande wateren en moerassen in regenwoudgebieden. Het water in deze biotopen is helder en licht bruin gekleurd. De watertiepte varieert van 20 centimeter tot twee meter. De pH-waarde ligt tussen 5,8 en 6,0, en het water is zeer zacht (GH 0-1 °dH). De leefomgeving is vaak begroeid met waterlelies (Nymphaea).
Dieet
In hun natuurlijke habitat voeden Nannacara aureocephalus zich voornamelijk met kleine ongewervelden en insectenlarven. Ze worden beschreven als omnivoren die het meeste aangeboden voedsel eten. Ze stellen echter prijs op kleinere levende voeders zoals watervlooien (Daphnia), cyclops en artemia.
In het aquarium kan Nannacara aureocephalus een gevarieerd dieet krijgen. Naast levend voer zoals hierboven genoemd, kunnen ook diepvriesproducten zoals mysis garnalen en rode muggenlarven worden aangeboden. Hoogwaardig droogvoer in de vorm van vlokken of granulaat, speciaal samengesteld voor cichliden, kan ook een belangrijk onderdeel van hun dieet vormen.
Veelgemaakte fouten bij het voeren van deze soort zijn onder andere het te eenzijdig voeren, waardoor tekorten aan bepaalde voedingsstoffen kunnen ontstaan. Ook het overvoeren, wat kan leiden tot waterkwaliteitsproblemen en gezondheidsproblemen bij de vissen, dient vermeden te worden. Het is raadzaam om de vissen meerdere keren per dag in kleine porties te voeren, zodat ze in korte tijd alles opeten.

Het Aquarium
Voor Nannacara aureocephalus wordt een aquarium van minimaal 100 centimeter lengte aanbevolen. Hoewel de visjes klein zijn, hebben ze de voorkeur voor een grotere bodemoppervlakte boven een grote waterkolom. Een aquarium met een waterkolom tot 20 centimeter is voldoende.
De inrichting van het aquarium is belangrijk voor het welzijn van deze soort. Er moeten voldoende schuilplaatsen aanwezig zijn, zoals grotten, dichte plantengroei, stukken bloempot of kokosnootschalen. Diverse wortels zijn ook gunstig voor de inrichting. Het substraat kan het beste bestaan uit fijn tot middelgrof zand.
Wat betreft de waterwaarden, geven deze vissen de voorkeur aan zacht en zuur water. De ideale pH-waarde ligt tussen 4.0 en 6.0, en de waterhardheid (GH) tussen 0 en 10 °dH. De temperatuur kan variëren tussen 23 en 30 °C.
Nannacara aureocephalus wordt beschreven als een rustige en vreedzame vis. Ze kunnen het beste in paren of in een haremopstelling gehouden worden, waarbij één mannetje met meerdere vrouwtjes wordt gehouden. Als medebewoners zijn vergelijkbare kleinere en rustigere vissen geschikt, met name tetra’s. Het is belangrijk om territoriaal gedrag, vooral tijdens het broedseizoen, in acht te nemen bij het kiezen van medebewoners.
Kweekaquarium en Conditioneren
Nannacara aureocephalus kan succesvol gekweekt worden in een aquarium, en de kweek is vergelijkbaar met die van de nauw verwante soort Nannacara anomala. Ervaring met het kweken van deze cichlide biedt een goede basis voor het kweken van Nannacara aureocephalus.
Het kweekaquarium dient ruim te zijn, met een aanbevolen minimum van 80 liter voor een paartje. Een grotere bodemoppervlakte wordt gewaardeerd boven een grote waterkolom. De inrichting moet voorzien in voldoende schuilplaatsen, zoals grotten, dichte plantengroei, stukken bloempot of kokosnootschalen. Wortels zijn ook gunstig voor de inrichting. Een fijn tot middelgrof zand als substraat wordt aanbevolen. Het gebruik van dode bladeren (beuken, eiken) kan nuttig zijn, omdat deze humuszuren afgeven die gunstig zijn voor de vissen en bij ontbinding voor extra voeding zorgen.
Om de ouderdieren te conditioneren voor de kweek, is een gevarieerd dieet essentieel. Levend voer zoals watervlooien, cyclops en artemia, evenals diepvriesproducten zoals mysis garnalen en muggenlarven, worden sterk aanbevolen. Hoogwaardig droogvoer kan ook worden aangeboden. Regelmatige, kleine waterverversingen met zacht, zuur water zijn belangrijk om de waterkwaliteit op peil te houden en de voortplantingsdrang te stimuleren. De ideale waterwaarden voor de kweek zijn een pH tussen 5.0 en 6.0, een GH tussen 1 en 8 °dH, en een temperatuur tussen 23 en 30 °C.

Het Afzetten
Nannacara aureocephalus prefereert holen om in af te zetten. De eiafzet vindt plaats op het plafond van een kleine grot of soms op een plek die nauwelijks beschutting biedt. De vrouwtjes zijn zeer territoriaal en bewaken zowel de eieren als de jongen. Het aantal eieren dat wordt afgezet, ligt tussen de 80 en 150 stuks. De voortplanting is ovipaar (eierleggend).
Opgroeien van de Jonge Vissen
Na het uitkomen van de eieren, die ongeveer 3 tot 5 dagen duurt afhankelijk van de temperatuur, verzorgt het vrouwtje de larven. De larven worden door het vrouwtje in de bek genomen en in een veilige plek, zoals een hol, bewaard. Zodra de jongen vrijzwemmen, wat ongeveer 7 tot 10 dagen na het uitkomen kan zijn, neemt het vrouwtje de zorg voor de jongen op zich.
Het eerste voedsel voor de vrijzwemmende jongen bestaat uit infusoriën of fijngemalen droogvoer. Naarmate de jongen groeien, kan het voer worden aangepast naar artemia naupliën en fijngemalen cyclops. Een voedingsschema met meerdere kleine porties per dag is aan te raden om de groei te bevorderen en de waterkwaliteit op peil te houden.
Regelmatige waterverversingen zijn belangrijk voor de gezondheid en groei van de jongen. Het is aan te raden om wekelijks 10-20% van het water te verversen met vers, vergelijkbaar water. Overbevolking in het opgroeiaquarium moet worden vermeden om stress en groeivertraging te voorkomen. De overleving van de jongen hangt sterk af van de zorg van het vrouwtje en de kwaliteit van het aquariumwater en voeding.

Bijzonderheden
Nannacara aureocephalus is een relatief zeldzame soort in de handel, wat bijdraagt aan zijn aantrekkingskracht voor liefhebbers. De soort wordt beschouwd als een van de grotere dwergcichliden, met mannetjes die tot 12 centimeter kunnen uitgroeien, terwijl de vrouwtjes kleiner blijven op maximaal 6 centimeter. Dit contrast in grootte is kenmerkend voor de soort.
Een interessant gedrag is dat de vrouwtjes van N. aureocephalus een stevigere, minder zijdelings samengedrukte lichaamsbouw hebben dan de vrouwtjes van de nauw verwante soort N. anomala. Dit onderscheid is vooral relevant bij het identificeren van volwassen dieren. Het is sterk af te raden om jonge vissen van beide soorten samen op te kweken, vanwege het hoge risico op onbedoelde menging.
Conclusie
Nannacara aureocephalus, de Goudkop Dwergcichlide, is een fascinerende kleine cichlidensoort uit Zuid-Amerika, specifiek Frans-Guyana. Met zijn opvallende gouden kop bij de mannetjes en een vreedzaam, maar territoriaal gedrag, is het een interessante toevoeging aan een goed ingericht aquarium. Ze stellen specifieke eisen aan waterwaarden, met een voorkeur voor zacht, zuur water, en gedijen het best in een aquarium met veel schuilplaatsen en een fijn zandsubstraat.
Deze soort is geschikt voor de meer ervaren aquariumhouder die bereid is te zorgen voor de juiste watercondities en een gevarieerd dieet, inclusief levend en diepvriesvoer. De kweek is mogelijk en kan lonend zijn, hoewel het onderscheiden van jonge dieren van nauw verwante soorten enige expertise vereist. Met de juiste zorg kan Nannacara aureocephalus een waardevolle en mooie aanwinst zijn voor een gespecialiseerd aquarium.
Video
Auteur
Sinds ik op mijn twaalfde mijn eerste tweedehands aquarium kocht heb ik altijd wel een of meer aquariums gehad. Ik heb zelfs een garage ingericht als kweekruimte waarin ik in 50 aquariums zo’n 10.000 liter water in gebruik had. Op het moment heb ik nog twee aquariums. Een 1250 liter Tanganyika aquarium en een 250 liter gezelschapsaquarium met planten. De laatste 10 jaar heb ik aan deze website gewerkte als schrijver en fotograaf.
Copyright foto’s
Referenties
- An inventory of coastal freshwater fishes from Amapá highlighting the occurrence of eight new records for Brazil – doi: https://doi.org/10.3897/zookeys.606.9297
- Updated checklist of the freshwater and estuarine fishes of French Guiana – March 2012Cybium: International Journal of Ichthyology 36(1):293-319







