Ctenochaetus

Ctenochaetus

Het geslacht Ctenochaetus bestaat uit een groep zeevissen die behoort tot de familie van de Doktersvissen (Acanthuridae). In het Nederlands worden ze vaak Borsteltanddoktersvissen genoemd. Deze vissen zijn erg populair bij houders van zeewateraquaria. Dit komt niet alleen door hun mooie uiterlijk, maar vooral omdat ze heel nuttig werk doen: ze zijn de hele dag bezig met het eten van algen.

Vissen uit dit geslacht hebben een speciale bek met tanden die werken als een soort kam of borstel. Hiermee schrapen ze algen en vuil van stenen en koralen af. De meeste soorten, zoals de Geeloog Borsteltanddoktersvis (Ctenochaetus strigosus), zijn redelijk makkelijk te houden en worden daarom vaak aangeraden aan beginners met een voldoende groot aquarium. Ze zijn over het algemeen vreedzaam tegenover andere vissen, maar kunnen wel territoriaal zijn naar hun eigen soort.

Naam en betekenis

Het geslacht Ctenochaetus is voor het eerst wetenschappelijk beschreven in 1884 door de Amerikaanse ichtyoloog Theodore Gill.

De wetenschappelijke naam is een samenstelling van twee Oudgriekse woorden: kteis of ktenos (wat ‘kam’ betekent) en chaite (wat staat voor ‘haar’ of ‘borstel’). Letterlijk betekent de naam dus iets als “kam-haar” of “borstel-haar”. Deze naam is heel toepasselijk gekozen, want het verwijst naar de unieke vorm van hun tanden. In tegenstelling tot andere doktersvissen hebben zij honderden kleine, flexibele tanden die werken als een fijn borsteltje of kammetje om algen van oppervlakken te schrapen.

Zoals gebruikelijk in de taxonomie (de wetenschappelijke indeling), is het geslacht een onderdeel van een grotere groep. Ctenochaetus behoort tot de familie Acanthuridae, beter bekend als de Doktersvissen.

Kenmerken

Vissen uit het geslacht Ctenochaetus hebben de typische lichaamsbouw van een doktersvis: ze zijn ovaal van vorm en het lichaam is zijdelings platgedrukt. Toch zijn er een paar duidelijke kenmerken waaraan je ze direct kunt herkennen.

De bijzondere bek
Het allerbelangrijkste kenmerk van deze vissen, en de reden voor hun Nederlandse naam, is de bek. Ze hebben een mond die een klein beetje uitsteekt, alsof ze pruilen. In die mond zitten honderden dunne, flexibele tanden die niet vastzitten, maar los in het weefsel hangen. Hierdoor werken de tanden als een fijne borstel of kam. Dit is perfect gereedschap om algen en afval (detritus) van stenen en koralen af te schrapen zonder de ondergrond te beschadigen.

Kleur en patroon
In vergelijking met sommige andere, felgekleurde doktersvissen, lijken volwassen Ctenochaetus-soorten van een afstandje soms wat donker en onopvallend. Vaak hebben ze een bruine, rode of donkerblauwe basiskleur. Maar als je dichterbij kijkt, zie je prachtige details.

  • De populaire Geeloog Borsteltanddoktersvis (C. strigosus) is bijvoorbeeld bruin met een blauwe gloed en heeft tientallen dunne, lichte streepjes over zijn lijf. Zijn opvallendste kenmerk is de felgele ring rondom zijn oog.
  • Jonge dieren (juvenielen) zien er vaak heel anders uit dan de volwassen vissen. Zo zijn de jongen van de Ctenochaetus flavicauda helder geel met blauwe ogen. Pas als ze ouder worden, krijgen ze hun volwassen rood/bruine kleur.

Grootte
Het zijn gemiddeld grote doktersvissen. De meeste soorten die in de handel verkrijgbaar zijn, zoals C. flavicauda en C. strigosus, worden tussen de 16 en 18 centimeter lang. Dit maakt ze net iets handzamer voor een aquarium dan sommige reusachtige familieleden.

Het ‘Scalpel’ (Waarschuwing)
Zoals alle doktersvissen heeft ook de Ctenochaetus aan beide kanten van de staartwortel een inklapbaar ‘mesje’ of scalpel. Dit is een vlijmscherp uitsteeksel dat ze gebruiken om zichzelf te verdedigen als ze zich bedreigd voelen of ruzie maken met soortgenoten. Wees hier voorzichtig mee als je de vis moet vangen of hanteren; ze kunnen diepe wonden veroorzaken die snel gaan ontsteken.

Geslachtsonderscheid
Aan de buitenkant is er helaas geen verschil te zien tussen mannetjes en vrouwtjes. Je kunt dus niet aan het uiterlijk zien welk geslacht de vis heeft.

Herkomst

Vissen uit het geslacht Ctenochaetus komen in het wild voor in een zeer groot gebied. Ze leven voornamelijk in de tropische wateren van de Indische Oceaan en de Stille Oceaan (de Pacific).

Het verspreidingsgebied is enorm. Je komt ze tegen vanaf de oostkust van Afrika en de Rode Zee tot aan de eilanden van Hawaï. Specifieke plekken waar ze veel worden gezien zijn onder andere:

  • De wateren rondom Japan tot aan de noordkust van Australië (inclusief het Great Barrier Reef).
  • De Filipijnen en de Zuid-Chinese Zee.
  • De koraalriffen rondom de eilanden in de Stille Oceaan.

Leefomgeving Het zijn echte rifbewoners. Ze houden zich het liefst op in gebieden met veel koraal en rotsen, omdat daar hun voedsel (algen) groeit. De diepte waarop ze leven verschilt per soort.

  • Ctenochaetus flavicauda leeft bijvoorbeeld meestal op dieptes tussen de 1 en 30 meter.
  • De Ctenochaetus strigosus (Geeloog borsteltand) komt voor op dieptes variërend van 1 tot wel 113 meter.

Ze zwemmen actief rond boven het rif en zoeken continu naar oppervlakken om van te eten.

Gedrag

Vissen uit het geslacht Ctenochaetus zijn echte bezige bijtjes. Als het licht in het aquarium aan is, zijn ze constant in beweging. Ze zwemmen het hele rif af en zijn de hele dag door bezig met het ‘pikken’ op stenen, achterwanden en soms zelfs op het glas. Dit doen ze niet zomaar; ze zijn continu op zoek naar hun favoriete maaltje: algen.

Sociaal gedrag
In het aquarium (en vaak ook in de natuur) zijn volwassen dieren solitair. Dit betekent dat ze het liefst alleen leven en niet in een groepje. Tegenover vissen van een heel andere soort zijn ze meestal erg vreedzaam en rustig. Ze laten andere bewoners, zoals garnalen, krabben en koralen, doorgaans volledig met rust. Hierdoor worden ze als reef safe (veilig voor het rif) beschouwd.

Agressie
Hoewel ze vriendelijk lijken, kunnen ze fel reageren op hun eigen soortgenoten of andere doktersvissen die qua vorm of voedselkeuze op hen lijken. Ze zijn territoriaal. Als je een nieuwe Ctenochaetus bij een bestaande plaatst, is de kans op ruzie groot. Ze gebruiken dan hun scherpe ‘scalpel’ bij de staart om te vechten en hun gebied te verdedigen. Het wordt daarom vaak aangeraden om slechts één exemplaar per aquarium te houden, tenzij je een heel groot aquarium hebt.

Poetsgedrag
Een bijzonder weetje over hun gedrag in het wild: ze helpen soms zeeschildpadden! Als het schild van een schildpad begroeid is met algen, kan de schildpad minder snel zwemmen. De Ctenochaetus eet deze algen van het schild af. De vis heeft een maaltijd en de schildpad is weer schoon en gestroomlijnd.

Slapen
Als de verlichting uitgaat, zoeken deze vissen een veilige plek op. Ze slapen graag tussen de stenen of in spleten van het rif om zich te beschermen tegen roofdieren.

Soorten Ctenochaetus

Hieronder vind je de Ctenochaetus soorten die we hebben toegevoegd aan onze database:

Ctenochaetus strigosus - Geeloog Borsteltanddoktersvis