Parachanna

Parachanna

Het geslacht Parachanna omvat de groep vissen die we beter kennen als de Afrikaanse Slangenkopvissen. Ze behoren tot de familie Channidae, net als hun bekendere Aziatische verwanten uit het geslacht Channa. Deze vissen komen, zoals de naam al doet vermoeden, uitsluitend voor in de zoete wateren van tropisch Afrika.

Parachanna-soorten vallen direct op door hun langgerekte lichaam en de karakteristieke kop die sterk aan een slang doet denken. Het zijn echte rovers met een uniek gedrag. Wat ze extra bijzonder maakt, is dat ze over een speciaal orgaan beschikken waarmee ze lucht van boven het wateroppervlak kunnen ademen. Hierdoor kunnen ze overleven in water dat zuurstofarm is. Het zijn prachtige, karaktervolle vissen, maar ze zijn niet geschikt voor het standaard gezelschapsaquarium. Ze vereisen een speciaal ingericht aquarium en een eigenaar die weet wat deze jagers nodig hebben.

Naam en betekenis

Het geslacht Parachanna is wetenschappelijk beschreven in 1984 door de onderzoekers Teugels en Daget. Dit geslacht maakt deel uit van de familie Channidae, die we in het Nederlands de Slangenkopvissen noemen.

De naam is een interessante samenstelling. Het voorvoegsel ‘Para’ komt uit het Grieks en betekent ‘naast’, ‘bij’ of ‘verwant aan’. Het tweede deel, ‘Channa’, verwijst naar het bekende zustergeslacht dat in Azië voorkomt.

Vrij vertaald betekent Parachanna dus “naast Channa” of “verwant aan Channa”. Wetenschappers hebben deze naam gekozen om een duidelijk onderscheid te maken tussen de Aziatische groep (Channa) en deze Afrikaanse groep (Parachanna), hoewel ze wel nauw aan elkaar verwant zijn.

Kenmerken

Het uiterlijk van Parachanna-soorten is indrukwekkend en oeroud. Zoals de naam al verklapt, hebben deze vissen een kop die sterk doet denken aan die van een slang. De kop is bedekt met grove schubben, wat die gelijkenis nog eens versterkt. Hun lichaam is langgerekt, gespierd en cilindrisch van vorm. Zowel de rugvin als de aarsvin zijn erg lang en lopen over bijna de gehele lengte van het lichaam door tot aan de staart.

Grootte en kleur
De meeste Parachanna-soorten worden behoorlijk groot. De bekendste soort, Parachanna obscura, kan in een ruim aquarium wel 35 tot 45 centimeter lang worden. Parachanna africana blijft vaak iets kleiner, rond de 30 centimeter. Qua kleur zijn ze meestal niet felgekleurd, maar hebben ze prachtige camouflagekleuren. Denk aan tinten bruin, beige, grijs en zwart, vaak in vlekkenpatronen. Dit helpt ze om in het wild onzichtbaar te blijven tussen takken en bladeren op de bodem.

Lucht ademen
Een uniek kenmerk is hun ademhaling. Naast kieuwen hebben deze vissen een speciaal orgaan (het suprabranchiale orgaan) in hun kop. Hiermee kunnen ze atmosferische lucht opnemen. Je zult zien dat ze regelmatig naar het wateroppervlak zwemmen om een hap lucht te nemen. Sterker nog, ze moeten dit doen om niet te verdrinken, zeker als ze volwassen zijn.

Tanden en neus
Kijk je ze recht in het gezicht aan, dan vallen twee dingen op: hun opvallende, buisvormige neusgaten die als kleine steeltjes uitsteken, en een grote bek vol scherpe tanden. Dit verraadt direct dat we te maken hebben met echte rovers.

Herkomst

In tegenstelling tot hun neefjes uit het geslacht Channa (die uit Azië komen), vind je de vissen uit het geslacht Parachanna uitsluitend in Afrika. Hun verspreidingsgebied is groot en beslaat delen van West- en Centraal-Afrika. Ze worden onder andere gevonden in de stroomgebieden van grote rivieren in landen als Nigeria, Kameroen, Congo en Gabon.

In de natuur leven deze vissen meestal niet in heldere, snelstromende bergbeekjes. Ze voelen zich juist thuis in rustig water. Je vindt ze vaak in:

  • Traag stromende rivieren en kreken.
  • Moerassen en stilstaande poelen.
  • Oeverzones met veel plantengroei en ondergelopen boomwortels.

Het water in deze gebieden is vaak tropisch warm en kan soms wat troebel zijn. Omdat deze wateren vaak stilstaan of vol liggen met rottend plantmateriaal, zit er soms weinig zuurstof in het water. Voor de meeste vissen is dat een groot probleem, maar voor de Parachanna niet. Dankzij hun vermogen om lucht te ademen, overleven ze prima in deze zuurstofarme omgevingen. Ze schuilen daar graag tussen dichte plantenbossen of stukken hout, loerend op een prooi die voorbij zwemt.

Gedrag

Het gedrag van Parachanna is misschien wel de belangrijkste reden waarom mensen ze gaan houden. Het zijn geen gewone ‘visjes’ die doelloos rondzwemmen; het zijn echte huisdieren met persoonlijkheid.

De slimme jager
Afrikaanse slangenkopvissen zijn van nature lauerjagers. Dit betekent dat ze niet constant actief achter hun prooi aan jagen. In plaats daarvan kunnen ze urenlang doodstil tussen de planten of onder een stuk hout hangen. Ze maken zich bijna onzichtbaar. Maar vergis je niet: zodra er een prooi (of voer) in de buurt komt, slaan ze bliksemsnel toe. Deze explosieve snelheid is indrukwekkend om te zien.

Interactie
Wat veel houders aanspreekt, is hun intelligentie. Na een tijdje gaan ze hun verzorger herkennen. Als je de kamer binnenkomt, zwemmen ze vaak naar het voorraam en volgen ze je bewegingen. Ze kunnen zelfs gaan “bedelen” om eten. Hun ogen bewegen onafhankelijk van elkaar en ze observeren ook wat er buiten het aquarium gebeurt.

Ontsnappingskoningen
Er is één heel belangrijk aspect aan hun gedrag: het zijn meesters in springen. In de natuur gebruiken ze dit om van de ene poel naar de andere te komen of om te ontsnappen aan vijanden. In het aquarium betekent dit dat ze door het kleinste gaatje naar buiten kunnen springen. Een open aquarium is dus absoluut geen optie.

Onderlinge verdraagzaamheid
Over het algemeen zijn Parachanna-soorten territoriaal, vooral naar soortgenoten. Jonge vissen kunnen vaak nog wel samen in een groep opgroeien, maar zodra ze geslachtsrijp worden, ontstaat er vaak ruzie. Volwassen dieren worden daarom het beste alleen gehouden, of als een bewezen koppel dat elkaar accepteert. Tegenover andere (grote) vissen zijn ze vaak verrassend onverschillig, zolang die maar niet in hun bek passen.

Soorten Parachanna

Het geslacht Parachanna kent slechts drie beschreven soorten. Vermoedelijk is er nog één onbeschreven soorten. De naam Parachana is op te breken in twee woorden. Para betekent dichtbij, een verwijzing naar de verwantschap met het geslacht Channa uit Azië. Channa is afkomstig uit het oud Grieks en betekent Anchovis.

De drie beschreven soorten zijn:

  • Parachanna africana (Steindachner, 1879)
  • Parachanna insignis (Sauvage, 1884)
  • Parachanna obscura (Günther, 1861)
Parachanna obscura - Obscure Afrikaanse Slangenkopvis

Auteur