Channa

Channa

Het geslacht Channa, beter bekend als de slangenkopvissen, is een groep roofvissen die oorspronkelijk uit Azië komt. Ze behoren tot de familie Channidae. Deze vissen zijn direct te herkennen aan hun langgerekte lichaam en de kenmerkende kop die, door de vorm en grote schubben, sterk aan een slang doet denken.

Slangenkopvissen zijn bijzonder intelligent en vertonen interessant gedrag, waardoor ze vaak als echte huisdieren worden gezien. Een unieke eigenschap is dat ze naast kieuwen ook over een extra ademhalingsorgaan beschikken. Hiermee kunnen ze atmosferische lucht ademen en overleven in water waar bijna geen zuurstof in zit. In het aquarium vragen ze om specifieke zorg: ze hebben vaak een ruim aquarium nodig, zijn uitstekende springers (een dichte kap is verplicht!) en kunnen meestal niet met kleinere vissen worden samengehouden omdat ze deze als voer zien.

Naam en betekenis

De wetenschappelijke naam Channa werd in 1777 officieel beschikbaar gemaakt door de Italiaanse natuuronderzoeker Scopoli. Daarvan afgeleid is de familienaam Channidae. De geslachtsnaam gaat echter nog verder terug, naar het werk van de Nederlandse ichtyoloog (visdeskundige) Gronow uit 1763.

De exacte betekenis of herkomst van de naam Channa is onbekend, maar er zijn twee interessante theorieën:

De Griekse connectie: Mogelijk komt het van channe of channos. Dit was een Griekse naam voor een zeevis met een brede bek. Gezien de grote bek van de slangenkopvis is dit een logische verklaring.

De Sri Lankaanse connectie: Een recentere theorie stelt dat Channa een vernederlandste schrijfwijze is van kanaya. Dit is de lokale naam in Sri Lanka voor kleine slangenkopvissen. Omdat Sri Lanka destijds onder Nederlands bestuur stond en Gronow een Nederlander was, lijkt dit aannemelijk. Critici geven echter aan dat wij Channa uitspreken met een ‘G’-klank en niet met een ‘K’, waardoor dit minder waarschijnlijk is.

Het geslacht Channa omvat de Aziatische soorten binnen de familie Channidae. De Afrikaanse soorten zijn ondergebracht in het geslacht Parachanna (beschreven door Teugels & Daget in 1984).

Kenmerken

Als je een Channa ziet, begrijp je direct waar de Nederlandse naam ‘Slangenkopvis’ vandaan komt. Toch zit deze vis biologisch heel vernuftig in elkaar. Hier zijn de belangrijkste kenmerken op een rij:

  • Lichaamsbouw en uiterlijk: Slangenkopvissen hebben een langgerekt, gespierd lichaam met een rugvin die bijna over de hele lengte van de rug loopt. De kop is breed en plat en is bedekt met grote schubben, precies zoals bij een slang. Hun bek is groot en gevuld met scherpe tanden, wat verraadt dat het echte roofvissen zijn .
  • Ademhaling (Levensbelangrijk!): Dit is het meest unieke kenmerk van de Channa. Naast gewone kieuwen hebben ze een speciaal orgaan (suprabranchiale holten) achter in de kop. Hiermee kunnen ze atmosferische lucht ademen. Sterker nog: ze moeten lucht happen aan het oppervlak, anders verdrinken ze! Dankzij dit systeem kunnen ze overleven in warm, stilstaand water met heel weinig zuurstof .
  • Formaat: De lengte verschilt enorm per soort, wat belangrijk is om te weten voordat je ze koopt. Sommige soorten blijven relatief klein (tot ongeveer 25 cm), zoals de Channa bleheri en Channa andrao. Dit zijn de soorten die het meest geschikt zijn voor aquaria. Soorten zoals de Channa micropeltes en Channa argus kunnen wel 100 centimeter of groter worden. Deze zijn eigenlijk niet geschikt voor een standaard huiskameraquarium.
  • Kleurverandering: Let goed op bij de aanschaf: jonge vissen zijn vaak prachtig fel gekleurd en hebben mooie patronen (bijvoorbeeld rood of oranje). Naarmate ze ouder worden, verliezen veel soorten deze kleuren en krijgen ze een saaiere, grijze of bruine schutkleur. Sommige aquariumhouders verliezen hierdoor hun interesse, dus weet wat je koopt!

Herkomst

De Channa is een echte wereldreiziger binnen Azië. Het verspreidingsgebied is enorm, wat direct verklaart waarom er zoveel verschillende soorten zijn die allemaal net iets andere eisen stellen.

In het wild kom je Channa-soorten tegen in een groot deel van Azië. Dit loopt van het zuidoosten van Iran en Afghanistan helemaal naar het oosten via India, Pakistan en Thailand tot aan China, Korea en zelfs delen van Siberië. Ook in Indonesië en op de Filipijnen zijn ze volop te vinden.

Deze vissen gaan al een hele tijd mee. Er zijn fossielen gevonden van 50 miljoen jaar oud in de zuidelijke Himalaya. Wetenschappers denken dat ze daar zijn ontstaan. Ongeveer 15 miljoen jaar geleden, toen het klimaat warmer was, hebben ze zich verspreid. Vroeger zwommen ze zelfs in Europa rond, maar daar zijn ze inmiddels uitgestorven .

Omdat ze in zo’n groot gebied voorkomen, leven ze in drie verschillende klimaatzones:

  1. Tropisch: Constant warm water.
  2. Subtropisch: Warme zomers en mildere winters.
  3. Gematigd: Gebieden waar het water in de winter flink afkoelt (zoals in Siberië of Noord-China). Dit betekent dat niet elke slangenkopvis een verwarming nodig heeft; sommige hebben juist een koelere periode nodig om gezond te blijven.

Gedrag

Slangenkopvissen staan bekend als vissen met karakter. Veel houders omschrijven ze zelfs als ‘waterhonden’, omdat ze zo slim en interactief zijn. Dit maakt ze heel anders dan de gemiddelde aquariumvis die alleen maar rondjes zwemt.

Jachtinstinct
In de basis zijn het roofvissen. De meeste soorten zijn zogenaamde ‘lauerjagers’. Ze kunnen urenlang doodstil tussen de planten of op de bodem liggen wachten. Zodra er een prooi (vis of insect) voorbijkomt, schieten ze met een explosieve snelheid naar voren om toe te slaan. Sommige actievere dwergsoorten zwemmen wel vaker rond door het aquarium.

Interactie met de eigenaar
Eenmaal gewend aan hun omgeving, zijn ze totaal niet schuw. Ze leren hun verzorger snel herkennen. Veel Channa’s komen naar het voorraam zwemmen als je de kamer binnenkomt en zullen zelfs ‘bedelen’ om voer. Ze volgen vaak je vinger langs het glas.

Agressie
Hoewel ze naar mensen toe nieuwsgierig zijn, kunnen ze naar andere vissen erg agressief zijn. Ze beschermen hun plek fel tegen soortgenoten. Tenzij je een bewezen koppel hebt, moeten de meeste soorten daarom solitair (alleen) gehouden worden. Alles wat in hun bek past, wordt als voer gezien.

Lucht happen
Je zult de vissen regelmatig naar het wateroppervlak zien zwemmen om een hap lucht te nemen. Dit is natuurlijk gedrag. Na het happen laten ze zich vaak weer rustig naar beneden zakken.

Springers
Het is belangrijk om te weten dat Channa’s meesters zijn in ontsnappen. In de natuur kruipen ze soms over land naar een andere poel. In het aquarium betekent dit dat ze door het kleinste gaatje in de lichtkap naar buiten kunnen springen.

Soorten Channa

Hieronder vind je de Channa soorten die we hebben toegevoegd aan onze database:

Channa gachua

Auteur