Channidae

Channidae

De familie Channidae, beter bekend als de slangenkopvissen (of snakeheads in het Engels), is een fascinerende groep roofvissen. Ze vallen direct op door hun langgerekte lichaam en de platte kop die, zoals de naam al zegt, aan een slang doet denken. Wat deze vissen extra bijzonder maakt, is dat ze over een primitief orgaan beschikken waarmee ze lucht kunnen ademen. Hierdoor kunnen ze overleven in water met heel weinig zuurstof.

Binnen deze familie zijn er grote verschillen: er zijn ‘dwergsoorten’ die prima in een speciaal aquarium gehouden kunnen worden, maar ook soorten die uitgroeien tot enorme vissen van meer dan een meter. Aquariumhouders waarderen deze vissen vooral om hun intelligentie, hun unieke karakter en de uitstekende zorg die ze aan hun jongen besteden.

Naam en betekenis

De familienaam Channidae is afgeleid van het typegeslacht Channa. De wetenschappelijke naam voor dit geslacht, werd in 1777 officieel beschikbaar gemaakt door Scopoli. De naam gaat echter nog verder terug, naar het werk van de Nederlandse ichtyoloog Gronow uit 1763.

De exacte betekenis of herkomst van de naam Channa is onbekend (etymologie onbekend), maar er bestaan twee interessante theorieën over:

  1. De Griekse connectie: Mogelijk is de naam afgeleid van channe of channos. Dit was een Griekse benaming voor een zeevis met een brede bek. Gezien de grote bek van de slangenkopvis, zou dit een logische verklaring zijn.
  2. De Sri Lankaanse/Nederlandse connectie: Een theorie van Sudasinghe et al. (2020) stelt dat Channa een vernederlandste schrijfwijze is van kanaya. Dit is de lokale naam in Sri Lanka voor de Channa orientalis en andere kleine slangenkopvissen. Omdat Sri Lanka in die tijd onder Nederlands bestuur stond en Gronow zelf een Nederlander was, leek dit aannemelijk. Er is echter kritiek op deze theorie. Zoals Richard van der Laan opmerkt, spreken we in het Nederlands Channa uit met een ‘G’-klank (Ganna) en niet met een ‘K’-klank (Kanna). Hierdoor is het onwaarschijnlijk dat het een directe vertaling van kanaya is. Het raadsel rondom de naam is dus nog niet volledig opgelost.

Binnen de familie Channidae onderscheiden we verder nog het geslacht Parachanna (beschreven door Teugels & Daget in 1984), waarin de Afrikaanse soorten zijn ondergebracht.

Kenmerken

Als je een slangenkopvis ziet, herken je hem vaak meteen. Toch zit de familie Channidae vol verrassingen. Hier zijn de belangrijkste kenmerken op een rij:

  • Lichaamsbouw: Slangenkopvissen hebben een langgerekt, cilindervormig lichaam dat er gespierd uitziet. De rugvin en aarsvin zijn erg lang en lopen over bijna de hele lengte van het lichaam. Dit maakt ze in het water ontzettend wendbaar; ze kunnen zelfs achteruit zwemmen.
  • De kop en bek: Zoals de naam al zegt, is de kop afgeplat en bedekt met grote schubben, precies als bij een slang. Ze hebben een grote bek met vooruitstekende onderkaken. In die bek zitten scherpe tanden (en soms zelfs tanden op het gehemelte) om hun prooi goed vast te kunnen grijpen.
  • Ademhaling (Belangrijk!): Een uniek kenmerk is hun vermogen om lucht te ademen. Naast kieuwen hebben ze een zogenaamd suprabranchiaal orgaan. Dit werkt een beetje als een long. Hierdoor moeten ze regelmatig naar het wateroppervlak zwemmen om lucht te happen. Dankzij dit orgaan kunnen ze overleven in stilstaand, warm of zuurstofarm water waar andere vissen zouden sterven. Let op: als ze niet bij het oppervlak kunnen komen, kunnen ze zelfs verdrinken!
  • Formaat: Er is een enorm verschil in grootte binnen deze familie. Sommige soorten, zoals de Channa andrao of Channa bleheri, blijven relatief klein (rond de 10 tot 20 centimeter). Andere soorten, zoals de Channa micropeltes (Giant Snakehead), kunnen uitgroeien tot echte monsters van meer dan een meter lang. Het is dus cruciaal om vooraf te weten hoe groot de soort wordt die je op het oog hebt.
  • Kleur en patroon: Veel slangenkopvissen hebben prachtige patronen die dienen als camouflage tussen waterplanten en takken. Vaak veranderen de kleuren naarmate de vis ouder wordt. Jonge vissen zijn soms fel gekleurd (bijvoorbeeld felrood of oranje), terwijl de volwassen dieren een meer ingetogen, bruin of grijs patroon krijgen.

Herkomst

De familie Channidae heeft een lange geschiedenis. Fossielen wijzen erop dat de oorsprong van deze vissen zo’n 50 miljoen jaar geleden lag in het gebied van de zuidelijke Himalaya (het huidige India en oostelijk Pakistan) .

Vanaf ongeveer 15 miljoen jaar geleden, toen de tropische klimaatzone zich uitbreidde, hebben de slangenkopvissen zich verspreid naar andere delen van de wereld, waaronder Europa, Afrika en een groter deel van Azië . Tegenwoordig komen ze in het wild niet meer voor in Europa, maar zijn ze nog volop te vinden in twee hoofdgebieden:

Azië (Geslacht Channa):

Het verspreidingsgebied in Azië is enorm. Je komt ze tegen van zuidoost-Iran en Afghanistan in het westen tot aan China, Korea en zelfs een deel van Siberië in het oosten. Ook in zuidelijkere landen zoals India, Thailand, Vietnam, Maleisië en Indonesië zijn ze wijdverspreid .

Afrika (Geslacht Parachanna):

In delen van Afrika komen drie specifieke soorten voor die tot het geslacht Parachanna behoren .

In de natuur bewonen ze vaak wateren die arm zijn aan zuurstof, zoals moerassen, stilstaande poelen en langzaam stromende rivieren. Dankzij hun aanpassingsvermogen kunnen ze overleven in gebieden die voor andere vissen onleefbaar zouden zijn.

verspreiding channidae

Gedrag

Het gedrag van slangenkopvissen is misschien wel de belangrijkste reden waarom ze zo’n fanatieke groep liefhebbers hebben. Het zijn vissen met een echt ‘karakter’. Hier zijn de belangrijkste gedragskenmerken:

  • Channidae zijn slimme jagers. Ze zwemmen niet constant doelloos rond, maar observeren hun omgeving goed. Veel houders ervaren dat de vissen hun verzorger leren herkennen. Ze kunnen zelfs gaan ‘bedelen’ om voer zodra ze je zien (het zogenaamde “begging behavior”).
  • In het aquarium zie je ze vaak stilhangen tussen de planten of op de bodem, loerend op een prooi. Zodra ze iets zien bewegen (zoals een insect of voer), kunnen ze met een explosieve snelheid toeslaan.
  • Schrik niet als je de vis regelmatig naar het wateroppervlak ziet zwemmen en weer naar beneden ziet duiken. Dit is volkomen natuurlijk gedrag. Omdat ze lucht ademen via hun speciale orgaan, moeten ze dit doen om niet te verdrinken. Het betekent dus niet direct dat er iets mis is met je waterkwaliteit, al is het natuurlijk altijd goed om dat in de gaten te houden.
  • Hoewel ze er soms rustig uitzien, kunnen ze erg fel zijn. De meeste soorten zijn buiten de paartijd om erg onverdraagzaam naar elkaar. Ze verdedigen hun territorium fel. Daar komt bij dat alles wat in hun bek past, als voer wordt gezien.
  • Nieuwe objecten in het aquarium worden vaak grondig geïnspecteerd. Tegelijkertijd kunnen ze erg schrikachtig reageren op plotselinge bewegingen voor de ruit of trillingen, wat ertoe kan leiden dat ze proberen uit het aquarium te springen.

Geslachten Channidae

Hieronder vind je de geslachten binnen de familie Channidae, daarin zijn de individuele soorten ondergebracht.

Channa andrao - Man

Auteur