Xenotilapia boulengeri
Xenotilapia boulengeri werd voor het eerst beschreven door Max Poll in 1942. De oorspronkelijke naam was Enantiopus boulengeri.
De geslachtsnaam Xenotilapia is afgeleid van het Griekse woord “xenos” (vreemd of buitenlands) en het Bechuana woord “thiape” (vis). De exacte reden voor deze naamgeving is niet duidelijk uitgelegd, maar het zou kunnen verwijzen naar de drie zijlijnen (in plaats van de gebruikelijke twee) en/of de langere binnenste vinstralen van de buikvinnen bij Xenotilapia sima, kenmerken die niet bij de meeste andere cichliden voorkomen. De soortnaam boulengeri eert de Belgisch-Britse zoöloog George Albert Boulenger (1858-1937), wiens werk de meeste vissen van het Tanganyikameer bekend maakte.
Synoniemen: Enantiopus boulengeri, Parectodus lestradei, Xenotilapia lestradei, Xenotilapia materfamilias

Uiterlijk, Gedrag en Levensverwachting
Xenotilapia boulengeri heeft een langgerekt, zijdelings afgeplat lichaam. De kop is lichtbruin, met soms een gelige vlek op het kieuwdeksel. De flanken zijn overwegend grijsachtig tot bruingrijs. De vinnen zijn over het algemeen licht van kleur, met de rand van de rugvin vaak donkerder, soms zwart. De maximale totale lengte bedraagt ongeveer 15-16 centimeter.
Geslachtsverschillen: Volwassen mannetjes zijn groter en donkere randen aan de aarsvin en buikvinnen. De rugvin en aarsvin steken bij mannetjes verder uit dan bij vrouwtjes. Gedragsverschillen zijn vooral zichtbaar tijdens de broedperiode, waarbij mannetjes een territorium verdedigen.
Gedrag en temperament: Xenotilapia boulengeri is een relatief vreedzame vis die het beste in een groep gehouden wordt. Ze leven in scholen en zijn bodembewoners die door het zand sifteren op zoek naar voedsel. Hoewel over het algemeen vreedzaam, kan er wel enige agressie tussen individuen voorkomen, vooral tijdens de broedperiode, wanneer mannetjes een territorium verdedigen. Ze zijn niet schuw en laten zich goed observeren. De vissen zijn gevoelig voor stress en doen het niet goed met agressieve soorten.

Dieet
Dieet in het wild: Xenotilapia boulengeri voedt zich in zijn natuurlijke habitat voornamelijk met kleine ongewervelde dieren die hij uit de bovenste lagen van het zand filtert. Dit dieet bestaat uit kleine garnalen en copepoden (kleine kreeftachtigen). De vis zeeft door het zand om zijn voedsel te vinden.
Dieet in het aquarium: In een aquarium kan Xenotilapia boulengeri gevoerd worden met levend voer zoals insectenlarven, watervlooien (Daphnia) en Artemia. Diepvriesvoer en droogvoer worden ook geaccepteerd, maar levend voer is altijd te prefereren. Het is belangrijk om te zorgen voor een gevarieerd dieet dat de voedingsbehoeften van de vis dekt. Het voer moet fijn genoeg zijn om gemakkelijk door de vis te worden opgenomen, aangezien ze in de natuur kleine organismen uit het zand filteren.

Het Aquarium
Voor een groep van 6-8 Xenotilapia boulengeri is een aquarium van minimaal 160 centimeter en 600 liter aan te raden. Voor meerdere paren is een nog groter aquarium nodig, waarbij je rekening moet houden met voldoende ruimte per vis. Een grotere groep vermindert de agressie tussen de mannetjes.
Het aquarium moet een dikke laag fijn zand als substraat hebben. Hierdoor laten ze het natuurlijke gedrag zien waarbij ze door het zand zeven op zoek naar voedsel. Aan de randen en achtergrond kunnen rotsen worden geplaatst om schuilplaatsen te creëren. Planten zijn niet essentieel, maar kunnen wel worden toegevoegd als je dat mooi vindt.
Waterwaarden: De ideale waterwaarden zijn een temperatuur van 23-27°C, een pH van 7,5-9,5 (ideaal 8-9,5), een totale hardheid (GH) van 10-20°dH en een carbonaathardheid (KH) van ongeveer 15°KH , , .
Compatibiliteit met andere vissen: Xenotilapia boulengeri kan goed worden gehouden met andere vreedzame cichliden uit het Tanganyikameer die de bodem bewonen, zoals bepaalde Julidochromis en Neolamprologus soorten. Vermijd agressieve of te actieve vissen die de Xenotilapia boulengeri kunnen stressen. Het is belangrijk om de vissen in een groep te houden om agressie tussen de mannetjes te minimaliseren.

Kweek van de Xenotilapia boulengeri
De eieren worden afgezet in een kratervormig nest dat door het mannetje wordt gebouwd. Het aantal eieren is ongeveer 50. Het is een biparentale muilbroeder is, wat betekent dat zowel het mannetje als het vrouwtje de eieren en later de jongen in hun bek uitbroeden. Het vrouwtje broedt de eieren ongeveer 12 dagen uit, waarna de jongen nog eens 18-20 dagen door het mannetje worden verzorgd. De jongen zijn ongeveer 1 cm lang wanneer ze vrij zwemmen.
Bijzonderheden
Aanvullende details over Xenotilapia boulengeri die niet in de voorgaande hoofdstukken zijn behandeld:
- Drie zijlijnen: In tegenstelling tot de meeste andere cichliden, heeft Xenotilapia boulengeri drie zijlijnen: één langs de rug, één in het midden van het lichaam en één op de staart. Dit is mogelijk de reden voor het eerste deel van de geslachtsnaam, Xenotilapia (xenos = vreemd of buitenlands).
Conclusie
Xenotilapia boulengeri is een fascinerende cichlide uit het Tanganyikameer met een aantal unieke kenmerken, zoals drie zijlijnen en biparentale mondbroedzorg. Hoewel relatief vreedzaam, vereist deze soort wel een specifieke aquariumsituatie met een dikke laag fijn zand en voldoende ruimte. De waterparameters moeten nauwkeurig worden gecontroleerd. Beginnende aquariumhouders wordt afgeraden om met deze soort te beginnen, vanwege de specifieke eisen en de noodzaak van een ruime opstelling.
De combinatie van specifieke waterparameters, de noodzaak van een grote bak en de gevoeligheid voor stress maakt Xenotilapia boulengeri tot een uitdaging voor de beginnende aquarianer. Ervaring met het houden van Tanganyika-cichliden is aan te raden. De lange periode van ouderlijke zorg bij het uitbroeden van de eieren en het opvoeden van de jongen is een opvallende en interessante eigenschap. Het succesvol houden en kweken van deze soort vereist geduld, kennis en aandacht voor detail.
Video
Auteur
John de Lange
Copyright foto’s
suephoto.com (originele website niet meer online)
Bibliografie
- Takahashi, T., & Nakaya, K. (1997). A taxonomic review of Xenotilapia sima and X. boulengeri (Cichlidae; Perciformes) from Lake Tanganyika. Ichthyological Research, 44(1), 57-70.
- Widmer, L., Indermaur, A., Egger, B., & Salzburger, W. (2021). Where Am I? Niche constraints due to morphological specialization in two Tanganyikan cichlid fish species. Ecology and Evolution, 11(12), 7262-7274.





