Pseudomugil novaeguineae
Pseudomugil novaeguineae is in 1908 beschreven door Weber. In het Nederlands worden ze ook wel Nieuw Guinea Blauwoogje genoemd.
Beschrijving
Pseudomugil novaeguineae heeft een geelachtig, halfdoorzichtig lichaam met een dunne donkere zijlijn op beide zijden. De schubben op het lichaam zijn licht zwart omrand, wat leidt tot een aantrekkelijk kantpatroon. Gewoonlijk is de maximale grootte van deze soort ongeveer 45 mm. Mannetjes hebben verlengde eerste vinstralen aan de eerste en tweede rugvin en aan de anaalvin. Volwassen mannetjes hebben een rode eerste rugvinstraal en de buitenste rand van de eerste rugvin is ook rood. De tweede rugvin en de anaalvin en ook de onderste staarvinlob hebben witte of gele randen. De kleur kan snel tussen wit en geel heen en weer veranderen. Het volwassen mannetje is ook te herkennen aan de zwarte achterste rand van zijn rugvin en aan de zwarte vegen die zowel de bovenste als de onderste randen van de staartvin sieren.
Van exemplaren die in de Fly River in Nieuw-Guinea zijn verzameld, wordt gemeld dat ze een doorzichtig lichaam hebben met een blauwe of violette glans op de kop en de lichaamsholte. Het oog heeft een vage gouden ring rond de pupil met een vaag zilverkleurige of blauwe iris. De tweede rugvin van het mannetje is ofwel kleurloos als bij het vrouwtje, ofwel karmijnrood. Pseudomugil novaeguineae legt roodachtig gekleurde eieren.
Verspreiding en Leefgebied
Deze soort heeft een onregelmatige verspreiding in centraal zuidelijk Nieuw-Guinea tussen de Fly River op Papoea-Nieuw-Guinea en Etna Bay op West-Papoea. De soort is ook verzameld op de Aru-eilanden in de Arafura-zee. Wetenschappelijke exemplaren van deze soort zijn voor het eerst verzameld in de Lorentz (Noord) River door Hendrikus Albertus Lorentz tijdens de Nederlandse expeditie naar Nieuw-Guinea in 1907. Lorentz nam deel aan drie expedities naar Nederlands-Nieuw-Guinea. De eerste expeditie was in 1903 en werd geleid door A. Wichmann. Lorentz leidde expedities in 1907 en 1909-1910.
Pseudomugil novaeguineae bewoont kleine heldere stroompjes die goed overschaduwd zijn, maar die op sommige plaatsen open plekken hebben die blootgesteld zijn aan zonlicht. Een temperatuur van 24 °C en een pH van 7,8 zijn vastgesteld op een vangstplek in een zijriviertje van de Ok Smak River, ongeveer 35 kilometer noordelijke van Kiunga. Kiunga ballochi komt soms in dezelfde stroompjes voor.
Opmerkingen
Rond 1976 werden levende exemplaren verzameld en naar Duitsland verzonden en in 1989 gebeurde dat nog een keer. In 2004 verzamelden Iain Wilson and Charles Nishihira levende exemplaren van deze soort in Kali Iwaka (Deky Creek) en Kali Kopi in het Timika-Tembagapuragebied op West-Papoea. Het visje is een aantal keren verzameld, maar Pseudomugil novaeguineae is nog steeds niet breed verkrijgbaar in de aquarium hobby.
Auteur
Adrian R. Tappin – Home of the Rainbowfish
Vertaling
Bert Evers – IRG-Nederland
Copyright foto’s
Gerald Allen
Literatuur
Allen, G.R. (1991) Field guide to the freshwater fishes of New Guinea. Christensen Research Institute, Madang, Papoea Nieuw-Guinea.
Allen G. R. (1995). Rainbowfishes in Nature and in the Aquarium. (Tetra-Verlag: Duitsland.)
Allen, G.R., W. Ivantsoff, M.A. Shepherd en S.J. Renyaan (1998) Pseudomugil pellucidus (Pisces: Pseudomugilidae), a newly discovered blue-eye from Timika-Tembagapura region, Irian Jaya. Aqua 3(1):1-8.
Weber, M. (1907). Süsswasserfische von Neu-Guinea ein Beitrag zur Frage nach dem früheren Zusammenhang von Neu-Guinea und Australien. In: Nova Guinea. Résultats de l’expédition scientifique Néerlandaise à la Nouvelle-Guinée. Süsswasserfische Neu-Guinea v. 5 (Zool.) pt 2: 201-267, Pls. 11-13. [Ook afzonderlijk: E. J. Brill Ltd, Leiden.]