Peckoltia compta – L134
Peckoltia compta werd voor het eerst beschreven in 2010 door Renildo Ribeiro de Oliveira, Jansen Zuanon, Lucia Rapp Py-Daniel en Marcelo Salles Rocha. In de aquariumhobby is de vis vooral bekend onder de naam Leopard Frog Pleco, of via zijn L-nummer: L134. Officieel vervalt het L-nummer na de officiële beschrijving maar hobbyisten en winkels blijven ze vaak nog wel hanteren.
De geslachtsnaam, Peckoltia, is een eerbetoon aan Gustavo Peckolt, een lid van de Natural History Commission of Rondon. De soortnaam, compta, komt van het Latijnse woord “comptus”, wat “versierd” of “sierlijk” betekent. Deze naam verwijst naar het opvallende en aantrekkelijke kleurpatroon van de vis.
Peckoltia compta behoort tot de familie Loricariidae, de harnasmeervallen, en het geslacht Peckoltia. Het geslacht Peckoltia zelf is onderdeel van de tribus Ancistrini. De taxonomische indeling van deze vis is nog steeds onderwerp van discussie en onderzoek, met name de relatie tot andere geslachten binnen de tribus Ancistrini.
Beschrijving
Peckoltia compta is een relatief kleine harnasmeerval met een afgeplat, torpedovormig lichaam. De basiskleur van het lichaam is variabel, gaande van een gelige tot een witachtige tint, afhankelijk van de conditie van de vis en zijn herkomst. Over deze basiskleur heen loopt een complex patroon van zwarte banden, kronkels en stippen. Bij jonge exemplaren zijn deze banden dikker en lopen ze over het hele lichaam, terwijl ze bij volwassen vissen meer uiteenvallen in kleinere lijntjes en stippen. De vissen uit de Rio Jamanxim vertonen een meer gevlekt patroon dan die uit de Rio Tapajós. De kop toont een vergelijkbaar patroon van zwarte lijnen en stippen. De vinnen hebben dezelfde kleur en patronen als het lichaam. De maximale lengte van deze soort bedraagt ongeveer 12 tot 15 centimeter, maar in aquaria blijven ze vaak iets kleiner. Een bleke, bijna witte kleur wijst op stress.
Geslachtsverschillen: Het onderscheiden van mannetjes en vrouwtjes is relatief eenvoudig bij volwassen exemplaren. Volwassen dominante mannetjes ontwikkelen scherpe odontoden (kleine, tandachtige uitsteeksels) op ongeveer driekwart van hun staart, een kenmerk dat bij vrouwtjes en niet dominante mannetjes afwezig is.


Verder is de cloaca (de uitwendige opening van het spijsverterings-, urine- en voortplantingsstelsel) bij mannetjes V-vormig, terwijl deze bij vrouwtjes meer rond, U-vormig is. Gedragsverschillen zijn vooral zichtbaar tijdens de voortplanting, waarbij de mannetjes de eieren bewaken.
Juvenielen versus volwassenen: Jonge Peckoltia compta hebben, zoals eerder vermeld, dikkere, doorlopende banden op hun lichaam. Naarmate ze ouder worden, worden deze banden dunner en meer verspreid, wat resulteert in het complexere patroon van volwassen vissen.
Gedrag en temperament: Peckoltia compta is over het algemeen een vreedzame vis, hoewel ze een territoriaal gedrag kunnen vertonen, vooral mannetjes tijdens de paartijd. Ze zijn niet schuw en kunnen goed gehouden worden in een gezelschapsaquarium, mits er voldoende schuilplaatsen aanwezig zijn. Het zijn bodembewoners die zich graag verschuilen in spleten tussen stenen en hout, of in speciaal aangebrachte holen. Ze leven niet in scholen, maar kunnen in kleine groepjes gehouden worden, mits er voldoende ruimte en schuilplaatsen zijn voor elk individu.
Levensverwachting: De levensverwachting van Peckoltia compta in het wild is onbekend. In een aquarium kunnen ze echter meerdere jaren oud worden, met een geschatte levensduur van enkele jaren tot mogelijk meer dan 5 jaar, afhankelijk van de verzorging.
Biotoop
Peckoltia compta komt van nature voor in BraziliëTapajós . Specifiek leven ze in de stroomgebieden van de Rio Tapajós en de Rio Jamanxim, beide rivieren in het Amazonebekken.
Hun natuurlijke habitat bestaat uit heldere, snelstromende wateren met een rotsachtige bodem. De hoeveelheid onderwaterbegroeiing is niet overvloedig, maar er zijn wel stenen, hout en ander substraat aanwezig waar de vissen zich kunnen verschuilen. De oevers van deze rivieren zijn begroeid.
Peckoltia compta leeft in een tropisch klimaat. De rivieren waar ze leven kennen periodes van overstromingen en droogtes, typisch voor het Amazonegebied.
Dieet
In het wild is Peckoltia compta een omnivoor, wat betekent dat ze zowel plantaardig als dierlijk voedsel eten. Precieze details over hun dieet in de natuur zijn beperkt, maar het is aannemelijk dat ze algen, biofilm (een dunne laag micro-organismen op oppervlakken), en kleine ongewervelde dieren consumeren. Ze schrapen algen van rotsen en hout, waarbij ze ook houtvezels binnenkrijgen, wat belangrijk is voor hun spijsvertering.
In het aquarium dient hun dieet gevarieerd te zijn om hun behoeften te voldoen. Geschikt voer omvat zinkende tabletten of korrels speciaal ontwikkeld voor harnasmeervallen, aangevuld met bevroren voedsel zoals muggenlarven, mysis garnalen, krill en spirulina-verrijkte artemia. Ook plantaardig materiaal zoals geblancheerde spinazie, boerenkool en komkommer kan worden aangeboden. Het is belangrijk om niet te veel te voeren om watervervuiling te voorkomen. Dode vissen of waterslakken worden ook wel gegeten . Een dieet dat te rijk is aan eiwitten en vetten kan schadelijk zijn. Houtvezels zijn belangrijk voor een goede spijsvertering.

Het Aquarium
Voor een enkele Peckoltia compta is een aquarium van minimaal 80 liter en 80 centimeter voldoende, maar een groter aquarium is altijd beter. Voor meerdere vissen, zeker meerdere paren, is een aanzienlijk groter aquarium nodig, minimaal 120 centimeter of meer, afhankelijk van het aantal vissen en de beschikbare schuilplaatsen. De inrichting moet de natuurlijke habitat nabootsen. Een bodem met veel spleten en schuilplaatsen is essentieel. Gebruik een substraat van zand of fijn grind, aangevuld met stenen, hout en wortels om holen en schuilplaatsen te creëren. Planten zijn niet strikt noodzakelijk, maar kunnen wel een natuurlijke uitstraling toevoegen, mits ze bestand zijn tegen de wat sterkere stroming waar deze vissen de voorkeur aan geven.
De ideale waterwaarden voor Peckoltia compta zijn zacht tot matig hard water met een pH tussen de 6.0 en 7.2, en een lage tot matige KH (karbonaathardheid). De temperatuur mag tussen de 25°C en 30°C liggen. Een goede filtratie en zuurstoftoevoer zijn belangrijk, aangezien deze vissen een sterke stroming waarderen.
Geschikte medebewoners zijn andere vreedzame soorten die geen concurrentie vormen voor voedsel of schuilplaatsen. Denk daarbij aan kleine tetra’s en andere kleine, vreedzame vissen die niet te groot of agressief zijn. Vermijd het houden van agressieve of grotere vissen die de Peckoltia compta zouden kunnen bedreigen, of andere harnasmeervallen met vergelijkbare behoeften om concurrentie te voorkomen.
Kweek van de Peckoltia compta – L134
De beschikbare kweekverslagen beschrijven verschillende succesvolle kweekmethoden voor Peckoltia compta, zowel in een gezelschapsaquarium als in een speciaal ingericht kweekaquarium. Er is geen eenduidige “beste” methode beschreven.
Methode 1 (gezelschapsaquarium): Een succesvolle kweek werd gemeld in een gezelschapsaquarium van 140 x 50 x 36 cm (ongeveer 250 liter). De waterparameters waren een pH van 6.8 en een geleidbaarheid van 150 μS, bereikt door waterverversingen met osmosewater. De temperatuur werd verlaagd van 28°C naar 25°C. De filtratie bestond uit een filterblok (5 x 35 x 20 cm) aangevuld met een luchtpomp. Een kweekgroep van 30 volwassen vissen (16 vrouwtjes en 14 mannetjes) werd gebruikt. Het voer bestond uit een zelfgemaakte garnalenmix, bevroren artemia en cyclops.
Methode 2 (apart kweekaquarium): Een andere bron beschrijft het succesvol kweken in een kleiner, speciaal ingericht kweekaquarium met een eenvoudige inrichting (grind, grot, stuk hout). De waterkwaliteit was zacht water met een lage geleidbaarheid (110 μS) en een pH rond de 6.5. Het voer bestond uit een gevarieerd dieet met bevroren voedsel zoals artemia en cyclops, aangevuld met een zelfgemaakte garnalenmix. De geslachtsverhouding en het al dan niet scheiden van de geslachten voorafgaand aan de kweek worden niet vermeld.
Methode 3 (kweekgroep): Een andere succesvolle kweek werd uitgevoerd met een kweekgroep van 30 volwassen vissen in een 120 liter aquarium, bestaande uit 16 vrouwtjes en 14 mannetjes. De vissen kregen een eiwitrijk dieet (EBO Seafood Softgran en Mussel Softgran) aangevuld met plantaardig materiaal (EBO Spirulina Softgran en Spirulina Paste). De temperatuur was 28°C, met wekelijkse waterverversingen van 50-60%.
Samenvattend: De kweek van Peckoltia compta is succesvol gebleken met verschillende methoden en setups. Een gevarieerd dieet, zacht water, een geschikte temperatuur en voldoende schuilplaatsen lijken essentiële factoren. Het scheiden van de geslachten voorafgaand aan de kweek wordt in sommige beschrijvingen genoemd, maar is niet in alle gevallen noodzakelijk. Een hogere ratio vrouwtjes in de kweekgroep kan gunstig zijn.
Het Afzetten
De beschrijvingen van het paaigedrag van Peckoltia compta zijn niet volledig consistent, maar geven wel een algemeen beeld. Er wordt gemeld dat de kleuren van de vissen tijdens het paaien intenser kunnen worden. Een beschrijving vermeldt dat een vrouwtje verschillende holen inspecteert voordat ze een geschikte plek kiest. Het mannetje probeert het vrouwtje met zijn filamenten (de verlengde haartjes op de staart) naar het hol te lokken. De paring zelf kan wat ruw verlopen, wat kan leiden tot kleine verwondingen bij het vrouwtje.
De eieren worden afgezet in holen of spleten, vaak in een grot of onder een stuk hout. Het aantal eieren varieert, met schattingen van 10 tot 50 eieren per legsel. De eieren zijn relatief groot (ongeveer 3,5 mm in diameter) en donkergeel van kleur. Het mannetje bewaakt de eieren na het afzetten en zorgt voor het bewaaieren. De eieren komen na ongeveer 7 dagen uit. In een beschrijving werden holletjes van 12-15 cm lang en 3-4 cm breed gebruikt.
Opgroeien van de jonge vissen
De eieren van Peckoltia compta komen na ongeveer 6-7 dagen uit. De larven leven vervolgens ongeveer een week van hun dooierzak voordat ze beginnen met vrij zwemmen. Alleen het mannetje vertoont ouderlijke zorg door de eieren te bewaken en te bewaaieren tot ze uitkomen; na het uitkomen en het vrij zwemmen is er geen verdere ouderlijke begeleiding meer.
Het eerste voer bestaat uit zeer klein voedsel, zoals pas uitgekomen artemia naupliën, fijngewreven droogvoer, en pleco-voedertabletten. Het gebruik van een separate kweekbak kan het overlevingspercentage verhogen.
Bijzonderheden
Conclusie
Peckoltia compta (L134) is een aantrekkelijke harnasmeerval die relatief eenvoudig te houden is, geschikt voor zowel beginnende als ervaren aquarianen. Een ruime bak met zacht, zuurstofrijk water, een rotsachtige inrichting met voldoende schuilplaatsen en een gevarieerd dieet zijn essentieel. Hoewel de kweek als matig moeilijk wordt beschouwd, is succes mogelijk met de juiste aanpak. Een bleke kleur wijst op stress.
Opvallend zijn de aanzienlijke kleurvariatie en het soms ruwe paaigedrag. Mannetjes vertonen indrukwekkende odontoden. Over het algemeen is het houden van deze vissen een positieve ervaring, mits men hun specifieke behoeften kent. De populariteit in de aquariumhobby bevestigt hun relatieve houdbaarheid en aantrekkelijkheid.
Video
Auteur
John de Lange
Copyright foto’s
Stephan – Lnummers.nl (originele website niet meer online)






