Labidochromis pallidus
Labidochromis pallidus werd voor het eerst beschreven door D.S.C. Lewis in 1982. De geslachtsnaam is op te breken in twee delen. Labido-: Dit komt van het Griekse woord “labis”, wat “tang” betekent, verwijzend naar de tangachtige voorwaartse tanden van dit geslacht. Chromis: Dit is een naam die teruggaat tot Aristoteles en mogelijk is afgeleid van “chroemo” (neighen), verwijzend naar een trommel (Sciaenidae) en het vermogen van de vis om geluid te maken. Later werd deze naam uitgebreid om cichliden, juffers en lipvissen te omvatten, allemaal baarsachtige vissen die ooit als verwant werden beschouwd. De soortnaam “pallidus” is Latijn voor “bleek” of “vaalwit”. Dit verwijst naar de opvallende lichte kleur van de vis.
In de handel worden ze soms aangeduid met de naam “Labidochromis Fryeri”
Synoniem: Labidochromis margaritae
Beschrijving
Labidochromis pallidus heeft een zijdelings sterk afgeplat lichaam, met een spitse kop en een kleine bek. De basiskleur is vaalwit, soms met een blauwpaarse zweem op de flanken. Er zijn geen specifieke patronen of markeringen. De vinnen zijn over het algemeen bleek, met mogelijk een donkere rand bij dominante mannetjes op de anaalvin en buikvinnen. De maximale lengte bedraagt ongeveer acht centimeter, waarbij vrouwtjes iets kleiner blijven dan mannetjes. Ze lijken veel op Labidochromis mylodon.
Geslachtsverschillen: Het geslachtsonderscheid is minder uitgesproken dan bij veel andere Mbuna-cichliden. Dominante mannetjes vertonen een intensere blauwpaarse kleur, vooral op de anaalvin en buikvinnen, die een donkere rand kunnen hebben. Vrouwtjes zijn over het algemeen minder kleurrijk en blijven kleiner. De grootte en het aantal “eivlekken” in de anaalvin kunnen een indicatie zijn van het geslacht: mannetjes hebben meestal grotere en meer eivlekken. Gedragsverschillen zijn voornamelijk gerelateerd aan territoriaal gedrag, dat sterker is bij mannetjes.
Gedrag en Temperament: Labidochromis pallidus is een behendige zwemmer met een territoriaal gedrag, vooral bij de mannetjes. Mannetjes zijn onderling relatief verdraagzaam. Ze leven in groepen, maar vertonen territoriaal gedrag, vooral de mannetjes. Ze zijn rotsbewoners en leven in ondiepe, rotsachtige gebieden van het Malawimeer.
Biotoop
Labidochromis pallidus wordt in de natuur enkel aangetroffen in Malawi. De vissen leven in het Malawimeer en komen voor bij de drie Maleri eilanden (Maleri, Nakantenga en Nankoma), alsook bij Thumbi West eiland. Lewis vermoedt dat de populatie op deze laatste vindplaats een restant is van dieren die door de voormalige exporteur Peter Davies aldaar gedumpt zijn.
Hun natuurlijke habitat bestaat uit ondiepe, rotsachtige gebieden van het meer, tot een diepte van ongeveer 5 meter. De bodem bestaat uit rotsen. Door de lengte en diepte van het Malawimeer zijn de waterwaardes en temperatuur door het jaar heen vrij constant.
Dieet
In hun natuurlijke habitat voedt Labidochromis pallidus zich voornamelijk met loszittende Aufwuchs (algen en andere organismen op rotsoppervlakken) en insectenlarven.
In een aquarium is een gevarieerd dieet met zowel groenvoer als insectenlarven geschikt. Voorbeelden van geschikt voer zijn Daphnia, Artemia, Mysis, muggenlarven en droogvoer. Een gevarieerd dieet is belangrijk om te zorgen voor een goede gezondheid en groei van de vissen.
Het Aquarium
Voor een man met een of meerdere vrouwen Labidochromis pallidus is een aquarium van minimaal 100 centimeter lengte aan te raden. Voor meerdere paren is een aanzienlijk groter aquarium nodig, minstens 120 centimeter per paar, om voldoende ruimte en schuilplaatsen te bieden en agressie te minimaliseren.
Het aquarium moet een rotsachtige inrichting hebben met voldoende holen en schuilplaatsen, hoewel ze deze minder gebruiken dan andere rotsbewoners. Planten zijn niet noodzakelijk, maar kunnen toegevoegd worden als extra decoratie en schuilplaats. Een zandbodem is het meest geschikt; fijn grind kan ook, maar zorg ervoor dat er geen scherpe randen zijn die de vissen kunnen verwonden.
De ideale waterwaarden voor Labidochromis pallidus zijn een pH van 7,5 tot 8,5, een totale hardheid (°dH) van meer dan 10 en een temperatuur van 22-26°C.
Labidochromis pallidus kan goed worden samengehouden met andere rotsbewonende Mbuna-cichliden, zoals Melanochromis auratus, Maylandia lombardoi, en Cynotilapia afra, mits er voldoende ruimte en schuilplaatsen zijn. Het is af te raden om ze samen te houden met vissen die een ander leefgebied prefereren of die te groot of agressief zijn.
Kweek Aquarium en Conditioneren
Voor de kweek van Labidochromis pallidus is geen speciaal kweek aquarium nodig. Ze kunnen gewoon in een gemengd aquarium worden gekweekt. Zorg wel voor voldoende schuilplaatsen tussen de rotsen waar de vrouwen kunnen schuilen als ze eenmaal hun muil vol eieren hebben.
Het afzetten
Zodra een man merkt dat een vrouw klaar is om te paaien, kiest hij een plek in het zand. Met trillende bewegingen zwemt hij voor de vrouw langs. Hij zet zijn vinnen op en toont zijn mooiste kleuren. Als de vrouw er klaar voor is, volgt ze de man naar de door hem gekozen plek om te paaien.
Boven het zand draait het koppel Labidochromis pallidus om elkaar heen. De vrouw legt een of een paar eieren in het zand. In de draai bevrucht de man de eieren. De vrouw draait zich om en pakt de eieren op en neemt ze in haar muil. Dit proces herhaalt zich totdat alle eieren zijn gelegd en ze zich in de muil van de vrouw bevinden. De taak van de man zit er nu op. De vrouw verstopt zich tussen de rotsen om de eieren uit te broeden.
Opgroeien van de jonge Labidochromis pallidus
De eieren komen in de muil van de vrouw na een paar dagen uit. Ze verlaten de muil van de vrouw nog niet. Ze blijven op hun eidooierzak teren en groeien nog een tijdje door. Pas zo’n drie weken na het afzetten, laat de vrouw de jonge visjes los tussen de rotsen. Ze moeten nu voor zichzelf zorgen.
In een aquarium met andere volwassen Malawi cichliden, worden de jonge visjes vaak al snel opgegeten. Als je grotere aantallen wil kweken, vang je de vrouw na zo’n 17 dagen uit het hoofdaquarium. Plaats haar in een opgroei aquarium. Richt deze in met wat zand op de bodem en een schuilplaats waar ze zich kan verstoppen. De vrouw laat de jonge visjes na zo’n drie weken na het afzetten los. De eerste paar uur eet ze de jonge visjes niet. Je hebt voldoende tijd om de vrouw terug te plaatsen in het hoofdaquarium.
Bijzonderheden over Labidochromis pallidus
Uit de informatie komen de volgende aanvullende bijzonderheden naar voren:
- Geografische beperking: Labidochromis pallidus heeft een zeer beperkte geografische verspreiding binnen het Malawimeer. De soort is alleen bekend van de drie Maleri-eilanden (Maleri, Nakantenga en Nankoma) en Thumbi West Island. De populatie op Thumbi West Island is mogelijk afkomstig van dieren die daar zijn gedumpt, hoewel dit betwist wordt.
- Kleurvariatie: Hoewel de basiskleur vaalwit is, kan er een blauwpaarse zweem op de flanken voorkomen, vooral bij dominante mannetjes. De anaalvin en buikvinnen kunnen een donkere rand vertonen.
- Geslachtsonderscheid: Het geslachtsonderscheid is subtiel, minder uitgesproken dan bij veel andere Mbuna-cichliden. De grootte en het aantal “eivlekken” (ovospots) in de anaalvin kunnen een indicatie zijn van het geslacht.
- Habitatvoorkeur: De vissen leven in ondiepe, rotsachtige gebieden van het meer, tot een diepte van ongeveer 5 meter. Ze gebruiken schuilplaatsen minder dan andere rotsbewoners.
- Aquariumhandel: De soort is te vinden in de aquariumhandel, maar de herkomst van deze dieren is mogelijk illegaal, aangezien het vangen en exporteren van deze vissen uit het Lake Malawi National Park verboden is.
- Taxonomische onzekerheid: De oorspronkelijke beschrijving van de soort door Lewis in 1982 was gebaseerd op een type serie die meerdere soorten bevatte. De holotype van L. textilis, een synoniem dat niet meer wordt gebruikt, is een groot exemplaar met specifieke kenmerken van de kaak en tanden.
- Vergelijking met andere soorten: Labidochromis pallidus wordt vergeleken met andere witte Labidochromis soorten, zoals L. caeruleus, L. mylodon, en L. chisumulae, die ook een blauwpaarse kleur kunnen ontwikkelen bij reproductief actieve mannetjes. De bicuspid dentition (tweetoppige tanden) is een primitief kenmerk dat bij deze soort behouden blijft.
- Zeldzaamheid: De soort is relatief onbekend in de aquariumhobby .
Conclusie
Labidochromis pallidus is een relatief onbekende Mbuna-cichlide met een beperkte verspreiding in het Malawimeer. De soort onderscheidt zich door zijn bleke, bijna witte kleur, met een mogelijke blauwpaarse zweem. Het geslachtsonderscheid is subtiel, en ze vertonen een relatief verdraagzaam territoriaal gedrag. In een aquarium is een rotsachtige inrichting met voldoende schuilplaatsen belangrijk, evenals stabiele waterparameters. Een gevarieerd dieet met groenvoer en insectenlarven is aan te raden. De kweek is mogelijk, maar vereist voldoende schuilplaatsen voor de muilbroedende vrouwtjes. De opvallendste eigenschap is hun opvallende bleke kleur, in tegenstelling tot veel andere kleurrijke Mbuna-cichliden.
Video
Auteurs
Walter Deproost – John de Lange
Copyright foto’s
Walter Deproost
Referenties
A revision of the genus Labidochromis (Teleostei: Cichlidae) from Lake Malawi”, Zool. J. Linn. Soc. 75: pp. 235-238 .




