Labidochromis flavigulis

Labidochromis flavigulis, ook bekend als de Chisumulu pearl, is een kleine (8-10cm) territoriale Mbuna cichlide uit het Malawimeer. Deze vis, met een grijsblauw lichaam en gele keel bij mannetjes, is uniek in zijn zandgraafgedrag voor de kweek. Als maternale muilbroeder voedt hij zich met aufwuchs. Ideaal voor rotsachtige aquaria (min. 120 cm), is hij tolerant naar andere soorten, maar territoriaal naar soortgenoten.

5
(5)

Labidochromis flavigulis

Labidochromis flavigulis is voor het eerst beschreven door Lewis in 1982. Een veelgebruikte Engelse naam voor deze vis is “Chisumulu pearl”. Deze vis behoort tot de familie Cichlidae, die algemeen bekend staat als de cichliden.

De geslachtsnaam Labidochromis is afgeleid van het Grieks. Het woord ‘labido-‘ betekent ‘tang’, verwijzend naar de vooruitstekende voortanden van L. vellicans, die een tangachtige mond vormen waarmee insecten en ostracoden uit algenmatten worden geplukt. ‘Chromis’ is een naam die teruggaat tot Aristoteles, mogelijk afgeleid van chroemo (neigen), en verwees oorspronkelijk naar een trommelvis (Sciaenidae) vanwege zijn vermogen om geluid te maken. Later werd deze term uitgebreid naar cichliden, juffers, dwergkeizers en lipvissen (alle baarsachtige vissen die ooit als verwant werden beschouwd), en wordt vaak gebruikt in de namen van Afrikaanse cichlidengeslachten, volgend op Chromis (nu Oreochromis) mossambicus Peters 1852.

De soortnaam flavigulis is afgeleid van het Latijn: ‘flavus’ betekent ‘geel’ en ‘gulis’ verwijst naar de keelstreek (gular). Dit slaat op de gele keelstreek en kieuwmembranen van volwassen mannetjes in leven, die minder intens zijn bij vrouwtjes en onvolwassen mannetjes.

Beschrijving

Labidochromis flavigulis is een relatief kleine Mbuna, een type rotsbewonende cichlide uit het Malawimeer. Deze vis heeft een langwerpig lichaam en bereikt een gemiddelde lengte van ongeveer 9 centimeter. De basiskleur is grijsbruin met een aantrekkelijke blauwachtige glans. Op de flanken zijn horizontale lichte oranje strepen zichtbaar evenals verticale iets donkere strepen. De keel van de volwassen mannen zijn geel, de kleur waar ze hun soortnaam aan danken.

Verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes

In hun natuurlijke omgeving in het Malawimeer worden mannetjes ongeveer 8 centimeter lang. In een aquarium, met goede voeding, kunnen de mannetjes iets groter worden en een lengte van ongeveer 10 centimeter bereiken. Vrouwtjes blijven doorgaans iets kleiner.

Gedrag en Temperament

Labidochromis flavigulis is een territoriale vis die zijn hol of schuilplaats met veel toewijding verdedigt. Tegenover mannelijke soortgenoten kan deze soort zeer onverdraagzaam zijn, wat betekent dat ze agressief kunnen reageren op andere mannetjes van dezelfde soort. Echter, ten opzichte van andere vissoorten zijn ze over het algemeen tolerant en laten ze deze met rust. Ze worden beschouwd als slechts zwak agressief in een gemengd aquarium. Deze vissen houden zich voornamelijk op in de onderste waterlagen van het aquarium. Het is ook belangrijk te weten dat ze gevoelig reageren op een verslechtering van de waterkwaliteit.

Biotoop

Labidochromis flavigulis is endemisch, wat betekent dat hij uitsluitend voorkomt, in het Malawimeer in Afrika. Specifiek wordt deze soort aangetroffen rond de eilanden Likoma en Chisumulu, gelegen in het oostelijke centrale deel van het Malawimeer. Ook wordt Machili Island genoemd als een vindplaats

Deze vis leeft in zoetwater en is een benthopelagische soort, wat betekent dat hij zowel in de waterkolom als nabij de bodem leeft.

Beschrijving van het Natuurlijke Habitat

Labidochromis flavigulis komt voor boven rotsachtig substraat. Ze bewegen zich voornamelijk in de overgangszone van het meer, wat een gebied is waar rotsachtige structuren overgaan in zanderige of modderige bodems. Dit betekent dat ze niet strikt gebonden zijn aan de pure rotszone. De diepte waarop ze leven varieert van 1 tot 6 meter.

Klimaat

Labidochromis flavigulis leeft in een tropisch klimaat. De watertemperatuur in hun natuurlijke habitat ligt doorgaans tussen de 24°C en 26°C . De pH-waarde van het water varieert tussen 7.5 en 8.3.

Dieet

Voedsel in het wild

In hun natuurlijke habitat in het Malawimeer wordt de Labidochromis flavigulis geclassificeerd als een ‘Limnivore’ Mbuna-soort. Dit betekent dat ze zich voeden met ‘aufwuchs’, een laag van algen en micro-organismen die op rotsen groeit. Ze plukken deze aufwuchs af, en daarbij krijgen ze ook de daarin levende micro-organismen en kleine ongewervelden, zoals insecten en ostracoden, binnen.

Voedsel in het aquarium

In het aquarium is de Labidochromis flavigulis een gemakkelijke eter. Ze accepteren alle gangbare commerciële voeders die in de handel verkrijgbaar zijn voor Malawicichliden. Het is belangrijk om een gevarieerd dieet aan te bieden dat hun natuurlijke voedingsbehoeften nabootst, met een focus op plantaardig materiaal aangevuld met dierlijke eiwitten.

Het Aquarium

Voor het houden van Labidochromis flavigulis wordt een aquarium van minimaal 120 centimeter lengte aanbevolen. Echter, aangezien deze soort territoriaal kan zijn en het aanbevolen wordt om ze in een groep te houden met meer vrouwtjes dan mannetjes (bijvoorbeeld 1 mannetje met 3-4 vrouwtjes, of zelfs 3 mannetjes met 7 vrouwtjes), is een groter aquarium van ongeveer 150 centimeter en 400 liter of meer geschikter voor groepsbehuizing. Dit biedt voldoende ruimte en helpt agressie tussen mannetjes te verminderen.

Inrichting

De inrichting van het aquarium moet de natuurlijke leefomgeving van Labidochromis flavigulis nabootsen. Dit betekent een aquarium met veel rotsen met een bodem van fijn zand. Het is belangrijk om veel rotsachtige structuren te creëren, inclusief hoge steenopbouwen en voldoende grotten en schuilplaatsen. Elk mannetje moet zijn eigen territorium kunnen afbakenen, wat belangrijk is gezien hun territoriale gedrag. De natuurlijke habitat bestaat uit overgangszones van rotsen naar zand, dus een combinatie van beide is ideaal.

Geschikte waterwaarden

Labidochromis flavigulis gedijt het beste in waterwaarden die vergelijkbaar zijn met die van het Malawimeer:

  • Temperatuur: Tussen de 22°C en 26°C.
  • pH-waarde: Een pH tussen 7.5 en 8.5 is ideaal.
  • Deze vissen zijn gevoelig voor een verslechtering van de waterkwaliteit, dus regelmatige waterverversingen en een goede filtering zijn noodzakelijk.

Geschikte en ongeschikte medebewoners

Labidochromis flavigulis is een relatief klein blijvende Mbuna-soort. Ze kunnen goed samenleven met andere niet al te grote Mbuna’s. Hoewel ze tegenover mannelijke soortgenoten onverdraagzaam kunnen zijn en hun territorium fel verdedigen, zijn ze over het algemeen tolerant ten opzichte van andere vissoorten. Het is belangrijk om robuustere of veel grotere Mbuna-soorten te vermijden, omdat de Labidochromis flavigulis door zijn kleinere formaat hieronder zou kunnen lijden.

Kweek Aquarium en Conditioneren

Gewoon of speciaal kweekaquarium

Labidochromis flavigulis is een maternale muilbroeder, wat betekent dat het vrouwtje de eieren en later de jonge visjes in haar bek draagt. Tijdens de baltsfase (paartijd) kan deze soort zeer territoriaal zijn en zijn gekozen schuilplaats radicaal verdedigen tegen andere cichliden. Ook binnen de eigen soort kunnen mannetjes agressief zijn tegenover elkaar.

Een speciaal kweekaquarium is voor deze soort geen vereiste. Door het territoriale en innerlijk agressieve gedrag tijdens de balts, is het aan te raden om voldoende ruimte en schuilplaatsen te bieden. We raden een aquarium aan van minimaal 300 liter met een lengte van 120 centimeter voor een soortenbak, en voor een gezelschapsaquarium met andere Mbuna’s zelfs 400 liter of meer. Deze ruimte en inrichting met veel rotsen en grotten zijn belangrijk om stress te verminderen en succesvolle kweek te bevorderen.

Conditionering

Voor een succesvolle kweek zijn er voor de conditionering van de ouderdieren geen bijzonderheden. Gezonde volwassen vissen kweken meestal vanzelf.

Je houdt deze soort het beste in een harem. Dit betekent dat je het beste één mannetje met minimaal 4-5 vrouwtjes kunt houden. Een groepsbehuizing met meerdere mannetjes is alleen mogelijk in zeer grote aquaria vanwege de agressie tussen mannelijke soortgenoten.

Het Afzetten

Tijdens de baltsfase, de periode waarin de vissen zich voorbereiden op het afzetten, kunnen mannetjes intensere kleuren vertonen om vrouwtjes aan te trekken. Het mannetje benaderd een vrouwtje en zet zijn vinnen op. Hij toont zijn flank met trillende bewegingen en probeert haar mee te lokken naar de door hem gekozen locatie om te paren. Deze paaiplaats wordt door de man in het zand gegraven. Dit is een uniek kenmerk binnen het Labidochromis geslacht. Andere soorten binnen dit geslacht legggen de eieren op een rots of gewoon op het zand.

Al om elkaar heen draaiend, legt de vrouw een of een paar eieren in het zand. Het paar draait door waarbij de man de eieren bevrucht. De vrouw pakt de eieren op en neemt ze in haar muil. Dit proces herhaalt zich totdat alle eieren zijn gelegd en zijn opgenomen in de muil van de vrouw.

Type broedzorg

Labidochromis flavigulis is een maternale muilbroeder. Dit betekent dat het vrouwtje de bevruchte eieren direct na het afzetten in haar bek neemt en daar uitbroedt. Ze draagt de eieren en later de jonge visjes in haar bek totdat ze groot genoeg zijn om zelfstandig te zwemmen. Dit is een veelvoorkomende vorm van broedzorg bij cichliden uit het Malawimeer en biedt de eieren en jonge visjes bescherming tegen roofdieren.

Na het afzetten van de eieren, zit de taak van de man er op.

Opgroeien van de Jonge Vissen

Bij maternale muilbroeders draagt het vrouwtje de eieren in haar bek totdat ze uitkomen en de jonge visjes voldoende ontwikkeld zijn om vrij te zwemmen. De incubatieperiode (duur tot uitkomen) en de periode dat de jonge visjes in de bek van de moeder blijven, zijn afhankelijk van de watertemperatuur. Gemiddeld duurt het bij Malawicichliden ongeveer 21 tot 28 dagen voordat de jongen voor het eerst worden losgelaten. De jonge visjes zijn dan al relatief groot en zelfstandig.

Als de jonge visjes worden losgelaten in een gemengd aquarium met volwassen vissen, is de kans groot dat ze worden opgegeten door de andere bewoners, inclusief de volwassen Labidochromis flavigulis zelf. Om een heel nest succesvol op te kweken, is het aan te raden om het vrouwtje rond dag 16 of 17 van de incubatieperiode uit te vangen en in een speciaal kweekaquarium te plaatsen. Hier kan ze in alle rust de jongen loslaten. Na het loslaten van de jongen zal het vrouwtje deze de eerste paar uur doorgaans niet opeten. Je kunt haar dan rustig terugplaatsen in het hoofdaquarium, waarna de jonge visjes veilig kunnen opgroeien in het kweekaquarium.

Eerste voer

Wanneer de jonge Labidochromis flavigulis voor het eerst vrij zwemmen, zijn ze al groot genoeg om klein levend voer of fijn gemalen droogvoer te eten Geschikte eerste voeders zijn onder andere artemia-naupliën (pas uitgekomen pekelkreeftjes), fijngewreven vlokkenvoer, cyclops of speciaal stofvoer voor cichlidenjongen. Aangezien de volwassen vissen zich in het wild voeden met aufwuchs en micro-organismen, is een dieet dat rijk is aan plantaardige componenten en kleine dierlijke eiwitten ook voor de jongen aan te bevelen.

Conclusie

Labidochromis flavigulis, ook bekend als de “Chisumulu Pearl”, is een fascinerende Mbuna cichlide afkomstig uit het Malawimeer. Deze relatief kleine vis, met mannetjes tot 10 cm en vrouwtjes tot 8 cm, kenmerkt zich door een grijsbruin lichaam met een blauwachtige glans en opvallende gele keelstreek bij volwassen mannetjes. Ze zijn territoriaal en verdedigen hun schuilplaatsen fel, maar zijn over het algemeen vredelievend tegenover andere vissoorten. Een opvallende bijzonderheid is hun gewoonte om paaiplaatsen in het zand te graven, wat uniek is binnen het geslacht Labidochromis.

Voor een succesvolle verzorging van de Labidochromis flavigulis is een aquarium van minimaal 120 centimeter lengte aanbevolen, met een inrichting die rijk is aan rotsen, grotten en een zandbodem. Ze gedijen bij stabiele waterwaarden (22-26°C, pH 7.5-8.5) en vereisen een gevarieerd dieet van algen en kleine ongewervelden. Kweek is mogelijk als maternale muilbroeder, waarbij het aan te raden is het vrouwtje tijdelijk te isoleren voor het opkweken van de jongen. Deze soort is geschikt voor aquaristen met enige ervaring in het houden van Malawicichliden, die de specifieke behoeften en het territoriale gedrag begrijpen.

Video

Labidochromis flavigulis at Chizumulu
Labidochromis flavigulis

Auteur

Copyright foto’s

Mark Thomas – Marks Fiskenarie

Hoe nuttig was dit bericht?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering 5 / 5. Stemtelling: 5

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?