Hydrophlox chrosomus – Rainbowshiner
De wetenschappelijke naam van deze vissoort is Hydrophlox chrosomus. Voorheen werd de soort geclassificeerd onder de naam Notropis chrosomus, beschreven door Jordan in 1877. De naam is in 2022 gewijzigd naar Hydrophlox chrosomus na een fylogenetische studie van Stout et al. (2022). De Nederlandse naam voor deze vis is Regenboog Elrits, ook wel Regenboog winde of Rainbow shiner genoemd.
De Regenboog Elrits behoort tot de familie Leuciscidae, een familie van zoetwatervissen die wereldwijd voorkomt.
De geslachtsnaam Hydrophlox betekent ruwweg “water vlam” en verwijst naar de heldere kleuren van de mannetjes tijdens de paartijd. De soortnaam chrosomus komt van het Grieks en betekent “gekleurd lichaam”.
Synoniemen: Hybopsis chrosomus, Notropis chrosomus.

Uiterlijk, Gedrag en Levensverwachting van de Regenboog Elrits
De Regenboog Elrits (Hydrophlox chrosomus) heeft een slank, torpedovormig lichaam, ideaal voor het leven in snelstromend water. De kop en flanken vertonen een blauw iriserende kleur, die echter kan verdwijnen bij extreme koude of stress. Tijdens de paartijd krijgen de mannetjes een fel oranje tot diep rode kleur. De vrouwtjes zijn over het algemeen minder fel gekleurd, hoewel er uitzonderingen zijn. De vinnen zijn doorgaans blauw iriserend, net als de kop en flanken. De maximale lengte in het wild is ongeveer 8 centimeter, maar gemiddeld zijn ze rond de 5 centimeter. In aquaria bereiken ze een maximale lengte van 5-6 cm voor mannetjes en 6-8 (10) cm voor vrouwtjes, mits een winterrustperiode wordt aangehouden.
Seksuele Dimorfie en Leeftijdsverschillen
Mannetjes en vrouwtjes vertonen duidelijke fysieke verschillen, vooral tijdens de paartijd. Mannetjes zijn dan veel feller gekleurd dan de vrouwtjes, met een opvallende rode tot oranje kleur op het lichaam. Vrouwtjes blijven over het algemeen minder fel gekleurd. Ook zijn volwassen vrouwtjes vaak voller van lichaam dan de mannetjes. Gedragsverschillen zijn er ook: mannetjes zijn territoriaal tijdens het paaien en vertonen cirkelzwemgedrag om vrouwtjes naar een nest te lokken. Juveniele exemplaren zijn kleiner en minder fel gekleurd dan volwassen vissen.

Gedrag en Temperament
Regenboog Elritsen zijn vredelievende scholenvisjes. Een groep van minimaal 10 exemplaren is aan te raden. Ze zijn niet schuw en voelen zich thuis in diverse omgevingen, maar waarderen een ondiep gedeelte in het aquarium. Ze zijn doorgaans geen bodembewoners, maar zwemmen voornamelijk in de middenwateren. Ze zijn opportunistische insectivore, wat betekent dat ze een breed scala aan voedsel eten.
Levensverwachting
In het wild wordt de levensduur geschat op minder dan 3 jaar, met een maximum van 2-3 paaiseizoenen. In een aquarium, met goede verzorging en een winterrustperiode, kunnen ze 5-6 jaar oud worden in een vijveromgeving en 2-3 jaar in een aquarium met een temperatuur boven de 20°C.
De Natuurlijke Habitat van de Regenboog Elrits
De Regenboog Elrits komt van nature voor in de Verenigde Staten, specifiek in Alabama, Georgia en Zuidoost-Tennessee. Ze leven in heldere, snelstromende beken en rivieren. Voorbeelden van rivieren waar ze voorkomen zijn de Etowah, Oostanaula, Cahaba en Coosa rivieren en hun zijtakken.
Hun natuurlijke habitat kenmerkt zich door een relatief ondiepe waterkolom, met een bodem die bestaat uit grind en kiezels, soms met rotsachtige gedeeltes. De oevers zijn vaak bebost, met een gematigde mate van landbouw en sporadische huizenbouw in de omgeving. De hoeveelheid onderwaterbegroeiing is niet expliciet vermeld in de documenten, maar gezien hun voorkeur voor snelstromend water, is het waarschijnlijk dat de begroeiing beperkt is.
De Regenboog Elrits leeft in een gematigd klimaat met seizoensgebonden schommelingen in temperatuur. De watertemperatuur varieert van 4°C in de winter tot 25°C in de zomer. Dit verklaart waarom er sprake is van een winterrustperiode met een lagere watertemperatuur.

Het Dieet van de Rainbowshiner
Dieet in het Wild
In hun natuurlijke habitat zijn Rainbowshiners opportunistische insectivoren. Hun dieet bestaat voornamelijk uit Chironomidae larven (muggenlarven), volwassen Diptera (tweevleugeligen) en Collembola (springstaarten). Ze eten ook andere kleine ongewervelden en soms zelfs eieren van andere vissoorten. Hun dieet varieert doorheen het jaar, met een piek in de late winter en lente, waarschijnlijk gerelateerd aan de beschikbaarheid van voedsel en de verhoogde energiebehoefte tijdens de voortplanting. In de zomermaanden neemt de voedselconsumptie af. Ze worden beschouwd als drift feeders, wat betekent dat ze kleine waterorganismen en plantaardig materiaal consumeren dat langs hen stroomt in de stroming .
Dieet in het Aquarium en de Vijver
In het aquarium accepteren Regenboog Elritsen een breed scala aan voedsel. Ze eten graag droogvoer zoals vlokken en korrels, diepvriesvoer zoals muggenlarven, daphnia en artemia, en levend voer zoals muggenlarven en andere kleine insecten. Een gevarieerd dieet is belangrijk om voedingstekorten te voorkomen. Het is belangrijk om niet te veel te voeren om watervervuiling te voorkomen. Meerdere kleine porties per dag zijn beter dan één grote maaltijd. In de vijver zullen ze ook alles eten wat ze vinden, maar bijvoeren kan nodig zijn, vooral in de winter of als er weinig natuurlijk voedsel beschikbaar is. Geschikte bijvoeding is dan hetzelfde als voor het aquarium: vlokken, korrels, diepvriesvoer (muggenlarven, daphnia, artemia) en eventueel levend voer.

Het Aquarium
Voor een groep van 10 Regenboog Elritsen is een aquarium van minimaal 100 liter nodig. Voor grotere groepen dient het volume evenredig te worden vergroot; een aquarium van 150-200 liter is geschikt voor 15-20 vissen. De inrichting moet de natuurlijke habitat nabootsen: een goed gefilterd aquarium met een sterke stroming, bijvoorbeeld door middel van een stromingspomp. Gebruik een substraat van grind of kiezels, aangevuld met stenen en wortels voor schuilplaatsen. Planten kunnen worden toegevoegd, maar zorg ervoor dat er voldoende open ruimte blijft voor het zwemmen. Een gematigde beplanting langs de randen is voldoende.
De ideale waterwaarden zijn een pH van 6,5-7,5 en een temperatuur tussen 18-22°C, maar ze tolereren een breder bereik (10-25°C). Regelmatige waterverversingen (20-30% per maand) zijn essentieel voor een goede waterkwaliteit.
Geschikte medebewoners zijn andere kleine, vredelievende vissoorten die de voorkeur geven aan vergelijkbare watercondities en geen lange vinnen hebben, zoals bepaalde soorten Corydoras (bijvoorbeeld Corydoras aeneus), kleine nemacheilide grondels (zoals Schistura, Nemacheilus, en Mesonoemacheilus) en sommige subtropische botiide grondels (bijvoorbeeld Sinibotia pulchra, Ambastaia nigrolineata). Vermijd vissen die de Regenboog Elrits zouden kunnen eten of die agressief zijn.
Winterrust Periode
Regenboog Elritsen hebben baat bij een winterrustperiode. De temperatuur moet gedurende 2-3 maanden worden verlaagd tot 10-12°C. Dit kan worden bereikt door de verwarming uit te schakelen en de temperatuur geleidelijk te laten dalen. De voordelen van een winterrustperiode zijn een verbeterde gezondheid, een verhoogde levensduur en een betere voortplanting in het volgende seizoen. Tijdens de winterrustperiode moet de voeding worden verminderd.

Inrichting van de vijver voor Rainbowshiners
De Rainbowshiner voelt zich het meest thuis in een natuurlijke, goed beplante vijver met stromend water. In hun natuurlijke leefomgeving zwemmen ze in heldere, zuurstofrijke beken met een stenige of zanderige bodem. Om dit na te bootsen:
- Bodem: Gebruik een bodem van grind of fijn zand. Dit helpt de vissen zich natuurlijk te gedragen en stimuleert hun kleuren.
- Beplanting: Plaats zuurstofplanten zoals hoornblad en fonteinkruid, en eventueel drijfplanten voor schaduw. Vermijd overwoekering zodat er voldoende zwemruimte overblijft.
- Schuilplaatsen: Voeg enkele stenen, stukken hout of wortels toe waar de vissen zich kunnen verschuilen.
- Stroming: Een kleine pomp of beekloop helpt om stroming en zuurstof toe te voegen. Rainbowshiners zijn gewend aan stromend water en blijven actiever in deze omstandigheden.
Diepte en grootte van de vijver
Voor Rainbowshiners is een vijver met een minimale diepte van 80 tot 100 cm aan te raden. Dit biedt:
- Voldoende ruimte voor temperatuurstabiliteit
- Veiligheid tegen predatoren zoals reigers of katten
- Mogelijkheid tot overwintering onder bepaalde omstandigheden
Een vijver van minstens 1000 liter is aan te bevelen voor een klein schooltje Rainbowshiners. Omdat het sociale vissen zijn, houd je ze idealiter in groepen van minimaal 6 tot 10 dieren.
Temperatuur en seizoensinvloeden
Rainbowshiners zijn koudwatervissen die goed bestand zijn tegen temperatuurschommelingen. Ze kunnen temperaturen verdragen tussen 10 en 24°C, met een voorkeur voor koelere temperaturen (rond 16-20°C). In de lente en herfst zijn ze het meest actief en kleurrijk.
- Zomerse hitte: Zorg tijdens warme zomers voor voldoende schaduw en zuurstofrijk water. Gebruik bijvoorbeeld drijfplanten of creëer een waterval.
- Winterkou: De vissen kunnen bij een goede vijverdiepte (min. 80 cm) en voldoende zuurstof onder een ijslaag overwinteren, zolang de vijver niet tot op de bodem bevriest. Gebruik eventueel een ijsvrijhouder of luchtpomp om gasuitwisseling te behouden.
Wat te doen bij strenge vorst?
Bij langdurige of zeer strenge vorst kan de vijver tot op grote diepte bevriezen. In dat geval is het aan te raden om de Rainbowshiners tijdelijk binnen te halen:
- Vang de vissen op tijd, ruim voordat het begint te vriezen.
- Plaats ze in een ruim aquarium of binnenshuis in een aquarium met een temperatuur tussen de 12 en 18°C.
- Gebruik een filter en zorg voor voldoende zuurstof.
- Voer met mate, want bij lagere temperaturen hebben ze minder energiebehoefte.
In het voorjaar, zodra de buitentemperaturen weer stabiel boven de 10-12°C zijn, kunnen de vissen weer terug in de vijver worden uitgezet.

Kweek van de Notropis chrosomus – Rainbowshiner
In het wild gebruiken de rainbowshinners het nest van de stoneroller. De stoneroller (Campostoma oligolepis) maakt een nest van kiezels waarin de rainbowshiner zijn eitjes deponeert. Het voordeel is dat de stoneroller de eitjes beschermt tot ze uitkomen. We kunnen dit nabootsen door een schaal te nemen, gevuld met grove ronde kiezels of knikkers. De vissen zullen dan hun eieren boven deze schaal afzetten. Belangrijk is dat je de eitje dezelfde dag verwijderd en overzet in een aparte bak. Omdat de eitje een lichte stroming nodig hebben of anders verloren gaan. Vergeet niet een bruissteentje erbij te hangen.
Een andere methode is gewoon een laag kiezels/grind op de bodem van de kweekbak te leggen. Als de vissen in paaistemming zijn zullen de eitjes vrij op de bodem laten vallen.
De derde methode is een helling te maken van grind/kiezel. Aan 1 kant van je bak ongeveer 15 cm grind aflopend naar 2 cm. Je zult zien dat de vissen deze helling ook erg waarderen. En makkelijk afzetten, gebruikmakend van de helling.
Elke methode kun je combineren met een stromingspompje maar ook zonder stroming zullen ze kuit afzetten mits ze in paaistemming zijn. De eitjes komen uit na plusminus 60 uur. Mede afhankelijk van de temperatuur. Om ze in paaistemming te brengen moet het aantal lichturen tussen de 14 en 16 uur per dag liggen. Een minimale kweekgroep moet uit 5 tot 6 dieren bestaan. Bij voorkeur een gelijk aantal mannen en vrouwen. De dames en heren moeten eerst twee weken gescheiden zijn en goed gevoerd worden met zwarte muggenlarven. Je zorgt dan ook dat het aantal lichturen op 14/16 uur per dag zit. ’s Avonds plaats je de vissen samen in de kweekbak waarna je de temperatuur 4 graden laat oplopen. Eventueel begin je een paar dagen tevoren al met het geleidelijk aanpassen van de temperatuur. Je houdt ze tussen de 18 en 20 graden en in de kweekbak voer je de temperatuur op naar 22/24 graden. De volgende ochtend zullen tussen 7 en 9 uur kuit schieten waarna je ze moet verwijderen. Het kuitschieten duurt ongeveer een uur.
De jongen blijven de eerste dagen op de bodem liggen en zijn nauwelijks te zien. Na ongeveer vijf dagen zullen ze vrij rondzwemmen en kunnen gevoerd worden met Artemia, Microwormen, etc etc.Eventueel kunnen ze alleen met droogvoer worden grootgebracht. Maak niet de fout om de jongen weg te gooien omdat je denkt dat de kweek mislukt is. De eitjes zijn nauwelijks te zien op de bodem en de jongen zijn nog moeilijker te zien. Wacht dus minimaal een week voordat je de kweek als mislukt beschouwt. Een zeer geslaagde kweek kan uit 300 eitjes per dame bestaan maar een reeler aantal zit tussen de 50 en 100 eitjes per dame.
Met levend voer en regelmatige waterwissels kunnen de jongen na 4 tot 5 maanden wat kleur krijgen. Ze beginnen dan met de kenmerkende rode strepen naarmate ze ouder worden zullen ze ook hun prachtige metalicblauwe kleuren laten zien veelal gebeurt dat na 8 tot 9 maanden. Drie maanden later zullen ze zelf weer voor nageslacht kunnen zorgen wanneer ze rond een jaar oud zijn.. De uiteindelijke leeftijd zal ongeveer drie jaar zijn, afhankelijk van de temperatuur tijdens hun leven. Hou je de vissen het hele jaar op tropische temperaturen dan zullen de rainbowshiners snel opgebrand zijn. Wil je optimaal van de kleuren genieten dan kun je de rainbowshiners het beste rond de 18 tot 20 graden houden. Een vis die mee mag deinen op het jaargetijde dus ook een koudeperiode mee kan maken, kan dan zelfs 5 jaar oud worden.
Bijzonderheden: Hebben zuurstofrijk en stromend water nodig.
Video
Auteurs
Ferry
John de Lange
Copyright foto’s
Ben Lee – Amiidae.com
Aquariumglaser.de


