Cyprichromis leptosoma Beschrijving
De Cyprichromis leptosoma is een vreedzame scholenvis, je kunt ze goed met andere cichliden uit het Tanganyikameer combineren. Deze dieren zwemmen in het bovenste gedeelte van het aquarium. Het is een echte scholenvis die je het beste houdt in een grote school van meer dan 12 exemplaren. Dek het aquarium goed af aangezien het zeer goede springers zijn. Ik ben al meer dan eens een vis kwijt geraakt doordat ze door een klein gaatje het aquarium zijn uitgesprongen. Een verdere voorwaarde is voldoende vrije zwemruimte. Een school Cyprichromis leptosoma lijkt op een school haringen, vandaar dat ze ook wel haring cichliden worden genoemd.
De Cyprichromis leptosoma is er in vele varianten, waaronder;
- Malasa
- Utinta
- Kitumba
- Tri-color
- Bulu-point
- Mpimbwe
Cyprichromis leptosoma moet niet worden verward met Cyprichromis sp. “leptosoma jumbo” , een nog niet beschreven soort die beduidend groter wordt.
Synoniemen: Paratilapia leptosoma, Limnochromis leptosoma.
Dieet
In het wild voedt de Cyprichromis leptosoma zich met klein levend voer wat in de water kolom zweeft en insectenlarven. In het aquarium kun je ze voeren met klein levend of diepvries voer afgewisseld met vlokvoer of granulaat. Zorg er wel voor dat het voer niet te snel zinkt omdat ze alleen zwevend, zinkend of drijvend voer eten.
Het Aquarium
Voor deze haring cichlide is alleen zwemruimte belangrijk. De mannen maken in het open water een drie dimensionaal territorium. Ze jagen andere mannen weg die hun territorium binnen zwemmen. Omdat het dieren zijn die je in een groep houdt is een ruim aquarium van minimaal 180 centimeter lengte aan te raden. Bij deze minimale afmeting zou ik niet meer dan 4 mannen en 8 vrouwen houden.
Zoals gebruikelijk voor Tanganyika cichliden mag de temperatuur van het water liggen tussen de 24 en 26 graden. De pH is in het meer vrij hoog met een pH van 8.5 tot 9 en een GH van 7 tot 11.
Kweek van de Cyprichromis leptosoma
De kweek van de Cyprichromis leptosoma is niet al te moeilijk. Ze De zetten de eieren dicht onder het wateroppervlak af. De vrouw vangt de eieren in haar bek op, hierna bevrucht de man ze. Na 3 weken verlaten de jongen de bek van de moeder en zijn verder op zich zelf aangewezen. De jongen blijven in de bovenste waterlagen en worden door de ouders met rust gelaten.
Je kunt de jongen voeren met artemia en ander klein levend voer. Wissel het levend voer af met wat fijn gewreven vlokvoer.
Video
Auteur
John de Lange
Copyright foto’s
J. de Lange
Matthijs Meindertsma
Sue – Suephotos.com (originele website niet meer beschikbaar)