Cyphotilapia frontosa

Cyphotilapia frontosa, de “Keizer van het Tanganyikameer”, is een imposante cichlide (tot 40 cm) met een kenmerkende voorhoofdsbult bij mannetjes . Deze maternale muilbroeder vereist een zeer ruim, rotsachtig aquarium met uitstekende waterkwaliteit. Ze leven sociaal in groepen en vertonen uniek gedrag, zoals langdurige broedzorg en het terugnemen van jongen. Een fascinerende, veeleisende soort.

5
(4)

Cyphotilapia frontosa

Cyphotilapia frontosa, vaak liefkozend de “keizer van het Tanganyika meer” genoemd, is een indrukwekkende verschijning in de aquariumhobby. Deze vis staat bekend om zijn statige voorkomen en de kenmerkende bult op zijn voorhoofd.

De soort werd voor het eerst beschreven in 1906 door de Belgische ichtyoloog Georg Albert Boulenger. Hoewel er geen strikt officiële Nederlandse naam is, wordt de vis vaak aangeduid als de “Frontosa” of, verwijzend naar zijn uiterlijk, de “Bultkop”. Cyphotilapia frontosa behoort tot de familie van de Cichlidae, een grote familie van vissen die veel voorkomt in het Tanganyikameer.

De geslachtsnaam Cyphotilapia is afgeleid van het Grieks, waarbij “Cypho” staat voor “bult, zwelling, gezwel”. Het tweede deel, “tilapia”, komt uit de taal van de bevolking rond het Tanganyikameer en betekent “vis”. Samengevoegd betekent Cyphotilapia dus “vis met een bult” of “bulthoofd”.

De soortnaam frontosa is Latijns en verwijst naar de “voorzijde van het hoofd”, oftewel het “front”. De naam beschrijft dus treffend de vis met de bult op zijn voorhoofd.

Synoniemen: Paratilapia frontosa, Pelmatochromis frontosus.

Tot 2003 werden alle Cyphotilapia’s als frontosa beschouwd. In dat jaar werd echter een nieuwe soort, Cyphotilapia gibberosa, geclassificeerd door de Japanse ichtyologen Takahashi en Nakaya, specifiek voor de varianten uit het zuidelijke deel van het Tanganyikameer. De naam gibberosa komt van het Latijnse woord “gibbus”, wat ook “bochel” betekent.

De Cyphotilapia frontosa is een vis die direct opvalt door zijn unieke uiterlijk en interessante gedrag. Het is een soort die veel aquariumliefhebbers fascineert door zijn statige voorkomen en de manier waarop hij zich in een groep gedraagt.

Cyphotilapia frontosa - Bulombora
Cyphotilapia frontosa – Bulombora

Beschrijving

De meest kenmerkende eigenschap van de Cyphotilapia frontosa is de prominente bult op zijn voorhoofd, die vooral bij volwassen mannetjes goed ontwikkeld is. Deze bult, ook wel nuchale bult genoemd, geeft de vis zijn karakteristieke “bultkop” uiterlijk.

Wat betreft de grootte, kunnen deze vissen aanzienlijk worden. Een dominant mannetje van ongeveer 4 jaar oud kan een lengte van wel 30 centimeter bereiken. Het is echter opvallend dat binnen dezelfde groep andere mannetjes beduidend kleiner kunnen blijven, soms slechts 20 centimeter lang, zelfs op dezelfde leeftijd.

Kleur en varianten

De kleur van deze soort is wit met daarop zes of zeven donkerblauwe banden. Beide morphs zijn grotendeels gelijk in lichaamsvorm en schubbenpatroon. Er zijn kleine verschillen in morfometrische (vorm) en meristische (aantal schubben/vinnen) kenmerken, maar deze overlappen grotendeels. Dit betekent dat je ze op basis van lichaamsvorm of schubben niet betrouwbaar uit elkaar kunt houden; alleen het aantal banden is onderscheidend.

Ondanks de verschillen in het aantal banden, worden de six-band en seven-band morph als één soort beschouwd (Cyphotilapia frontosa). De verschillen zijn te klein en overlappen te veel om ze als aparte soorten te beschouwen. Ze worden daarom gezien als lokale kleurvarianten binnen dezelfde soort.

Verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes

Het herkennen van het geslacht bij Cyphotilapia frontosa kan soms een uitdaging zijn, maar er zijn enkele aanwijzingen, vooral gerelateerd aan grootte en gedrag.

  • Grootte: Mannetjes worden over het algemeen groter dan vrouwtjes. Een interessant fenomeen is dat niet-dominante mannetjes soms kleiner blijven als overlevingsstrategie. Dit betekent dat binnen een groep van bijvoorbeeld vijf vissen, het grootste dier een mannetje kan zijn, terwijl een ander mannetje in dezelfde groep aanzienlijk kleiner blijft.
  • Bult op het voorhoofd: Hoewel beide geslachten een bult kunnen ontwikkelen, is deze bij volwassen mannetjes vaak groter en prominenter.
  • Gedrag: In groepen waar twee mannetjes aanwezig zijn, kan het voorkomen dat het zwakste mannetje klein blijft om een machtsstrijd met het dominante (alfa) mannetje te vermijden. Door kleiner te blijven, wordt hij geaccepteerd door de alfa man en kan hij vredig in de groep leven. Als dit mannetje even groot zou worden, zou dit leiden tot een machtsstrijd in het aquarium. Dit fenomeen van “klein blijven” komt niet voor als alle leden van de groep vrouwelijk zijn .

Gedrag en temperament

De Cyphotilapia frontosa vertoont een specifiek gedrag dat kenmerkend is voor zijn soort. Ze staan bekend om hun relatief rustige en statige zwemgedrag. Binnen een groep is er echter een duidelijke sociale hiërarchie, vooral onder mannetjes.

  • Groepsgedrag: Het is niet ongewoon dat binnen een groep Cyphotilapia frontosa sommige individuen kleiner blijven dan hun soortgenoten. Dit “klein blijven” is een overlevingsstrategie, met name voor niet-dominante mannetjes. Door kleiner te blijven, vermijden ze confrontaties met het dominante mannetje en kunnen ze vreedzaam in de groep leven .
  • Dominantie: De agressie van een alfa man verdeelt zich over meerdere individuen in grotere groepen, wat betekent dat een mannetje zich in zo’n situatie minder kan veroorloven om klein te blijven. Dit fenomeen van kleiner blijven komt vaak voor in groepen van vijf of zes dieren.
  • Temperament: Hoewel er sprake kan zijn van machtsstrijd tussen mannetjes als ze even groot zijn, lijkt het gedrag over het algemeen vredelievend te zijn zodra de hiërarchie is vastgesteld. De kleinere, niet-dominante mannetjes kunnen het zelfs goed vinden met de grootste en meest dominante vis in de groep, hoewel dit niet wetenschappelijk is onderzocht.
Cyphotilapia frontosa - Cape Bangwe
Cyphotilapia frontosa – Cape Bangwe

Biotoop

Cyphotilapia frontosa is een vis die zijn oorsprong vindt in een van de meest fascinerende zoetwatermeren ter wereld: het Tanganyikameer in Oost-Afrika. Dit meer is een unieke leefomgeving met specifieke kenmerken die de ontwikkeling van deze soort hebben gevormd.

Natuurlijke verspreiding

Cyphotilapia frontosa is endemisch in het Tanganyikameer, wat betekent dat hij nergens anders in het wild voorkomt. Binnen dit uitgestrekte meer zijn er twee geografische varianten te vinden:

  • De six-band morph van Cyphotilapia frontosa is wijdverspreid in het noordelijke deel van het Tanganyikameer.
  • De seven-band morph heeft een veel beperktere verspreiding en wordt uitsluitend aangetroffen bij Kigoma, een plaats aan de oostkust van het meer in Tanzania.
Cyphotilapia frontosa - Bulombora
Cyphotilapia frontosa – Bulombora

Dieet

Wetenschappers zijn na onderzoek van de maaginhoud van de keizer van het Tanganyika meer tot de conclusie gekomen dat dit een jager moet zijn, ondanks dat men hem nog nooit heeft zien jagen. Hij verspilt geen enkele moeite en energie aan het achtervolgen van zijn prooi.

Men vermoed dat de Cyphotilapia ‘s ochtends zeer snel ontwaakt en zich dan tegoed doet aan de net ontwakende Cyprichromis en Paracyprichromis soorten die veelvuldig voorkomen in zijn leefomgeving. In het aquarium kunnen ze gevoerd worden met stukjes vis, garnalen, mosselen, regenwormen maar ook de kleinere voedselsoorten als mysis, krill en artemia worden maar al te graag gegeten. Bij het voeren wel opletten hoeveel je geeft. Ondanks zijn grootte is het een langzame matige eter. Meerdere keren per dag een klein beetje is beter dan 1 keer veel.

Het Aquarium

Voor het succesvol houden van Cyphotilapia frontosa is een ruim en goed ingericht aquarium belangrijk. Deze soort wordt groot, leeft in groepen en stelt hoge eisen aan waterkwaliteit en inrichting.

Minimale aquariumgrootte

Voor de lange termijn is een aquarium met een minimale afmeting van 250 x 60 x 60 cm nodig. Grotere aquaria, vooral met extra breedte en diepte, zijn sterk aan te raden. Dit biedt voldoende zwemruimte en helpt bij het verdelen van de sociale hiërarchie binnen de groep.

Inrichting

Het aquarium moet een natuurlijke uitstraling hebben, geïnspireerd op het leefgebied in het Tanganyikameer. Een zandbodem of fijn grind is geschikt, aangevuld met stapels afgeronde rotsen en grote keien. Deze rotsen kunnen zo worden geplaatst dat er grotten en schuilplaatsen ontstaan, wat belangrijk is voor zowel dominante mannetjes als vrouwtjes die eieren dragen. Scherpe randen moeten worden vermeden om verwondingen te voorkomen.

Naast de rotsen is het belangrijk om ook open zwemruimte te behouden. Dit weerspiegelt het natuurlijke habitat, waar C. frontosa wordt aangetroffen tussen rotsen en open stukken substraat op dieptes van 15 tot 70 meter.

Waterwaarden en onderhoud

Cyphotilapia frontosa vereist hard, alkalisch water. De ideale waterwaarden zijn:

  • Temperatuur: 23–27 °C
  • pH: 8,0–9,0

Waterkwaliteit is van het grootste belang, omdat deze vissen zeer gevoelig zijn voor slechte wateromstandigheden. Het aquarium moet biologisch volwassen zijn voordat de vissen worden geïntroduceerd. Gebruik een krachtig filtersysteem (bij voorkeur extern of een biologisch filter) met een doorstroming van 4-5 keer het aquariumvolume per uur. Wekelijkse waterverversingen van 30-50% zijn noodzakelijk om de waterkwaliteit op peil te houden. Vermijd sterke stroming; Cyphotilapia frontosa geeft de voorkeur aan rustig water.

Verlichting

De verlichting is minder belangrijk voor de vissen zelf en kan naar persoonlijke voorkeur worden ingesteld. Cyphotilapia frontosa geeft echter de voorkeur aan enigszins gedempt of diffuus licht, wat aansluit bij de vaak troebele omstandigheden op grotere diepte in het meer. Het laat de kleuren van deze soort ook beter uitkomen.

Medebewoners

Deze soort is groepsgericht en moet in een groep van minimaal vijf, bij voorkeur tien of meer exemplaren worden gehouden. Ze kunnen deel uitmaken van een goed gekozen Tanganyika-gemeenschapsaquarium, mits de medebewoners niet te klein zijn (om predatie te voorkomen) en vergelijkbare waterwaarden en temperament hebben.

Cyphotilapia frontosa - Ifala Village
Cyphotilapia frontosa – Ifala Village

Kweek Aquarium en Conditioneren

Het kweken van Cyphotilapia frontosa in het aquarium is zeker mogelijk en wordt door veel liefhebbers gedaan. Het vereist echter geduld en de juiste omstandigheden, aangezien deze vissen pas na enkele jaren geslachtsrijp worden.

Gewoon of speciaal kweekaquarium

Cyphotilapia frontosa is een maternale, ovofiele muilbroeder, wat betekent dat het vrouwtje de eieren in haar mond uitbroedt. Voor de kweek kan een speciaal kweekaquarium worden overwogen maar ook in een gemengd aquarium kunnen ze zich voortplanten. Het overleven van de jongen is dan wel meer afhankelijk van de medebewoners en inrichting van het aquarium.

Belangrijke overwegingen voor een kweekaquarium zijn:

  • Waterbeweging: Weinig tot geen waterbeweging is ideaal voor de kweek.
  • Verlichting: Gedempte verlichting wordt als zeer gunstig beschouwd .
  • Filtratie: Sommige aquaristen raden het gebruik van bodemfilters aan als een apart kweekaquarium wordt gebruikt. Dit suggereert een voorkeur voor stabiele watercondities zonder te veel verstoring.

Conditionering

Het conditioneren van Cyphotilapia frontosa voor de kweek omvat voeding en de samenstelling van de kweekgroep. Een gevarieerd en voedzaam dieet is belangrijk voor het stimuleren van de kweek.

Volwassen mannetjes zijn polygaam, wat betekent dat ze met meerdere vrouwtjes paren. Idealiter zou een mannetje minstens 3-4 vrouwtjes moeten hebben om mee te paren. Dit helpt de aandacht van het mannetje te verdelen en stress bij individuele vrouwtjes te verminderen.

Het is belangrijk om te onthouden dat Cyphotilapia frontosa pas na enkele jaren geslachtsrijp wordt, dus geduld is een vereiste als je met jonge vissen begint.

Cyphotilapia frontosa Bulombora jong
Cyphotilapia frontosa Bulombora jong

Het Afzetten

Het afzetten van eieren bij de Cyphotilapia frontosa is een fascinerend proces dat de unieke broedzorg van deze cichlide benadrukt. Het vereist geduld van de aquariaan, aangezien de vissen pas na enkele jaren geslachtsrijp worden. De exacte leeftijd varieert per variant, maar ligt gemiddeld rond de twee tot vier jaar, afhankelijk van de verzorging en voeding.

Kleuren tijdens afzetten, hofmakerij, afzetlocatie

De hofmakerij van Cyphotilapia frontosa is relatief rustig en minder spectaculair dan bij veel andere cichlidensoorten; er zijn geen uitgebreide vinvertoningen of dansen van het mannetje. Het mannetje neemt het initiatief door een geschikte plek voor te bereiden, vaak een uitgegraven hol of een kleine open plek in het grind of zand, om het vrouwtje te lokken. In een aquarium is waargenomen dat een koppel meerdere keren afzette in een hoek, waarbij ze relatief weinig ruimte claimden.

Tijdens het paaien verandert de blauwkleuring van het mannetje, terwijl het vrouwtje kan verbleken bij het afzetten van de eieren. Het mannetje zwemt voorop naar de afzetplaats en glijdt met zijn genitaliën over de bodem, waarbij hij zijn sperma afgeeft. Het vrouwtje volgt hem en zet vervolgens één tot drie eieren af op dezelfde plek. Daarna zwemt ze achterwaarts, gaat op haar kop staan en neemt de bevruchte eieren in haar muil.

Vrouwtjes kunnen onder de juiste omstandigheden ongeveer elke 60 dagen klaar zijn om af te zetten, wat duidt op een regelmatige kweekcyclus.

Type broedzorg

Cyphotilapia frontosa is een maternale muilbroeder. Dit betekent dat het vrouwtje de eieren direct na het afzetten in haar bek neemt en daar uitbroedt. Deze vorm van ouderzorg is zeer sterk; zelfs onder stressvolle omstandigheden, zoals het vangen en transporteren van wildvangvissen, laten de vrouwtjes hun eieren of reeds ontwikkelde jongen vaak niet los en blijven ze doorbroeden.

Aantal, grootte en kleur eieren

Het aantal eieren per broedsel kan aanzienlijk variëren. Jonge vrouwtjes beginnen vaak met kleine broedsels van 4 tot 6 eieren. Naarmate ze ouder en volwassener worden, kan een volwassen vrouwtje 30 tot 50 eieren produceren. Sommige varianten kunnen zelfs tot wel 100 eieren per broedsel leggen.

De eieren zijn relatief groot, ongeveer 6 mm lang, en hebben grote dooierzakken.

Opgroeien van de jonge Cyphotilapia frontosa

De zorg voor de jongen van de Cyphotilapia frontosa is een belangrijk onderdeel van hun voortplantingsstrategie en vereist specifieke aandacht van de aquariaan. Deze vissen zijn maternale muilbroeders, wat betekent dat het vrouwtje de eieren en later de jongen in haar bek beschermt.

Incubatietijd en vrijzwemmen

De incubatietijd, de periode waarin het vrouwtje de eieren en de zich ontwikkelende jongen in haar bek draagt, is relatief lang. Deze periode kan tot 6-8 weken duren. Gedurende deze tijd eet het vrouwtje zeer minimaal, of zelfs helemaal niet, om de jongen veilig te houden. De jonge visjes beschikken over grote dooierzakken, wat hen voorziet van een belangrijke voedselreserve voor de eerste levensfase in de muil van hun moeder.

Na de incubatieperiode laat het vrouwtje de vrijzwemmende jongen los. De eerste paar dagen na het loslaten kan het zijn dat de vrouw de jongen weer terug in haar muil neemt bij dreigend gevaar.

Grootte en uiterlijk bij vrijzwemmen

Wanneer de jongen voor het eerst vrijzwemmen, zijn ze al relatief groot, ongeveer 2 centimeter lang. De pas vrijzwemmende jongen van Cyphotilapia frontosa kunnen direct gevoerd worden met klein levend voer. Mogelijke voedselbronnen voor hun groei en ontwikkeling zijn pas uitgekomen Artemia (pekelkreeftjes), Cyclops en fijngewreven droogvoer.

Een gevarieerd dieet is belangrijk om voedingsdeficiënties te voorkomen en een gezonde groei te bevorderen.

Grootbrengen van hele nesten

De jonge vissen zijn kwetsbaar voor predatie, zelfs door hun eigen soortgenoten of andere medebewoners in het aquarium. Als je een heel nest wil opkweken, lukt dat niet in een aquarium met volwassen vissen. Vang de vrouw ongeveer na 16 dagen uit en plaats haar in een kweekaquarium. Wat zand op de bodem en een paar rotsen voor beschutting zorgen ervoor dat de vrouw zich veilig voelt. Plaats de vrouw na het loslaten van de jonge visjes terug in het hoofdaquarium.

In de natuur wordt vermoed dat de jongen zich onzichtbaar houden in het oppervlaktewater en schuilplaatsen zoeken op de bodem van rotsachtige hellingen. Dit betekent dat ook in het kweekaquarium voldoende schuilplaatsen en een rustige omgeving belangrijk zijn voor de jonge vissen.

Groeisnelheid

De groeisnelheid van Cyphotilapia frontosa is over het algemeen langzaam, maar kan aanzienlijk variëren afhankelijk van verschillende factoren:

  • Geslacht: Mannetjes groeien doorgaans sneller dan vrouwtjes.
  • Variant: De groeisnelheid kan verschillen per geografische variant (bijvoorbeeld Burundi versus Moba).
  • Herkomst: aquarium-gekweekte vissen kunnen een andere groeisnelheid hebben dan wildvangexemplaren. Een aquarium-gekweekt Burundi mannetje kan bijvoorbeeld in het eerste jaar tot ongeveer 15 centimeter groeien, terwijl een wildvang Moba vrouwtje in hetzelfde jaar slechts ongeveer 7,5 centimeter kan bereiken.
  • Waterkwaliteit en verversingen: Een aspect voor snelle groei is een frequent en consistent waterverversingsschema. Grote en regelmatige waterverversingen (bijvoorbeeld twee keer per week) helpen de opbouw van nitraten en andere chemicaliën te verminderen, wat de groeisnelheid positief beïnvloedt. Dit principe geldt voor veel cichliden, inclusief Cyphotilapia frontosa.
  • Voeding: Een gevarieerd en voedzaam dieet draagt bij aan een optimale groei.

Specifieke problemen bij jonge vissen

Een veelvoorkomend probleem dat door aquaristen wordt ervaren, is het plotselinge sterven van jonge Cyphotilapia frontosa na het vrijzwemmen. Een gebruiker meldde dat zijn jonge Cyphotilapia frontosa spontaan stierven ongeveer 4 tot 5 weken na het vrijzwemmen, ondanks dat ze 6 tot 7 keer per dag babyvoer kregen. Dit probleem deed zich voor bij twee opeenvolgende nesten.

Mogelijke oorzaken van dergelijke sterfte bij jonge vissen kunnen echter liggen in:

  • Waterkwaliteit: Zelfs met frequente voeding kan de waterkwaliteit snel verslechteren in een kweekaquarium, vooral als er veel voerresten achterblijven.
  • Voedingstekorten: Hoewel er vaak gevoerd wordt, is het belangrijk dat het voer de juiste voedingsstoffen bevat en gemakkelijk verteerbaar is voor de jonge vissen.
  • Genetische factoren: Soms kunnen er genetische zwakheden zijn die pas later in de ontwikkeling tot uiting komen.
  • Stress: Omgevingsstress kan ook een rol spelen.

Zonder verdere informatie is het moeilijk om een concrete oorzaak of oplossing te bieden voor dit specifieke probleem. Het benadrukt echter het belang van nauwkeurige observatie en het handhaven van optimale omstandigheden, vooral tijdens de kwetsbare fase van de jonge vissen.

Conclusie

Cyphotilapia frontosa, liefkozend bekend als de “Keizer van het Tanganyikameer”, is een imposante en fascinerende cichlide die al meer dan een eeuw aquarianen boeit. Oorspronkelijk beschreven als Paratilapia frontosa in 1906, is de taxonomie geëvolueerd naar de huidige geslachtsnaam Cyphotilapia, met twee erkende soorten: Cyphotilapia frontosa en de in 2003 geclassificeerde Cyphotilapia gibberosa, die voornamelijk in het zuidelijke deel van het meer voorkomt. Binnen deze soorten bestaan diverse geografische varianten, vaak onderscheiden door het aantal verticale banden (zes- of zevenbandig) en hun vangstlocatie, zoals Burundi of Moba. Deze vissen bewonen de diepere, rotsachtige hellingen van het Tanganyikameer, vaak op dieptes van 20 tot wel 120 meter, en kunnen een indrukwekkende lengte van 35 tot 40 cm bereiken, waarbij oudere mannetjes vaak een prominente voorhoofdsbult ontwikkelen.

In het aquarium vereist de Cyphotilapia een ruime leefomgeving (minimaal 1000 liter) met een inrichting die hun natuurlijke rotsachtige habitat nabootst, inclusief voldoende schuilplaatsen en open zwemruimte. Ze zijn groepsdieren en gedijen het beste in een haremopstelling van één mannetje met meerdere vrouwtjes, waarbij een duidelijke sociale hiërarchie ontstaat. Hoewel ze over het algemeen vreedzaam zijn, kunnen mannetjes territoriaal gedrag vertonen en is er een opmerkelijk fenomeen waarbij sommige mannetjes kleiner blijven om confrontaties met dominante soortgenoten te vermijden. Als maternale muilbroeders vertonen de vrouwtjes een uitzonderlijke broedzorg, waarbij ze de eieren en jongen tot wel 6-8 weken in hun bek dragen. De jongen zijn bij het vrijzwemmen al relatief groot en worden de eerste dagen na loslating nog door de moeder beschermd. Een gevarieerd dieet, uitstekende waterkwaliteit met krachtige filtering en regelmatige waterverversingen zijn essentieel voor de gezondheid en het welzijn van deze majestueuze vissen.

Meer artikelen

Wil je meer lezen over dit zeer fraaie geslacht? Lees dan zeker ook de artikelen van Laurette de Nijs eens door:

Video

Cyphotilapia Frontosa Burundi
Let's Check the Frontosa!  Mpimbwi, Kigoma 7-Stripe & Burundi 6-Stripe!
Species Profile Cyphotilapia Frontosa. Tank Talk Presented by KGTropicals

Auteur

Copyright foto’s

John de Lange
Mattia Matarrese
Suephoto.com (originele website niet meer online)

Referenties

Takahashi, T., Ngatunga, B., & Snoeks, J. (2007). Taxonomic status of the six-band morph of Cyphotilapia frontosa (Perciformes: Cichlidae) from Lake Tanganyika, Africa. Ichthyological Research, 54: 55–60. https://doi.org/10.1007/s10228-006-0374-y

Hoe nuttig was dit bericht?

Klik op een ster om deze te beoordelen!

Gemiddelde waardering 5 / 5. Stemtelling: 4

Tot nu toe geen stemmen! Wees de eerste die dit bericht waardeert.

Omdat je dit bericht nuttig vond...

Volg ons op sociale media!

Het spijt ons dat dit bericht niet nuttig voor je was!

Laten we dit bericht verbeteren!

Vertel ons hoe we dit bericht kunnen verbeteren?